Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesten, ontbreekt de breede kijk op de dingen. Zij vertegenwoordigen ieder voor zich een kleine groep in een betrekkelijk klein gebied. De toestand, zooals die vóór de intrede van ons bestuur bestond, een verbrokkeling van het land in allerlei miniatuurstaatjes, die voortdurend met elkaar overhoop lagen, wreekt zich nog tot in onzen tijd. In die leerschool leerden de hoofden wèl die advocaten-welsprekendheid, die nu nog tot zekere hoogte den roem der Bataks uitmaakt, maar niet die dingen, die iemand tot een goed ambtenaar maken in een maatschappij, in meerdere of mindere mate naar Westersche regelen bestuurd; m.a.w. als ambtenaar in dienst onzer regeering waren de meeste dier hoofden ongeschikt. Het is dus begrijpelijk, dat onze regeering naar verandering van stelsel streefde, en, steunende op de ervaringen elders op Sumatra opgedaan met de invoering van het demangstelsel, welke ervaringen algemeen als gunstig werden afgeschilderd (eenig voorbehoud in deze, om niet te zeggen twijfel, lijkt ons echter niet ongegrond), ook voor de Bataklanden deze regeling wilde doorvoeren. Toch schijnt de regeering zelf niet ten volle gerust te zijn geweest omtrent de uitwerking. Dit blijkt wel uit de omstandigheid, dat men met de invoering een paar jaar geaarzeld heeft en de zaak in het geheim, althans buiten medeweten van de betrokken hoofden, heeft voorbereid, Bij de invoering stonden dezen voor een fait accompli. Het wil ons voorkomen, dat de regeering met deze zaak, hoe goed ook bedoeld, heeft misgetast. Twee dingen vooral, die de regeering hierbij uit het oog heeft verloren, hebben deze overigens goed bedoelde zaak doen mislukken: 1°. De hoofden, die o.a. hadden medegewerkt bij de invoering der niet zeer geliefde belastingen, in de hoop, voortaan bezoldigd te worden, werden in die hoop bedrogen; 2° bij de Bataks hangt het hoofdschap, het recht van bestuur enz onverbrekelijk samen met het krachtig levend „stanTbewustzijn De regeering maakte dus 1° zich de hoofden tot vijand, en 2° degradeerde de in de opvattingen des volks met wettig gezag bekleeden. De heele toestand werd daardoor wankel en onzeker. Zoowel de hoofden als den kleinen man kreeg men tegen zich.

Als derde factor, van nauwelijks minder beteekenis, moet worden genoemd dat het, met wellicht een heel enkele uitzondering, ontbrak aan personen onder de Bataks, die voldoende intellectueel en moreele gaven bezaten,, om een zóó moeilijke en delicate taak, dubbel moeilijk onder een volk als de Bataks, als die van

Sluiten