Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze uitweiding, die zich met de toekomst bezig houdt, hoort eigenlijk in een „kroniek" niet thuis. De waarheid echter, dat de kennis van het verledene en het bestaande ons voor de toekomst een wegwijzer moet zijn, zij onze verontschuldiging.

Dit voor bijkans geheel Indië urgente vraagstuk

Onderwijs. r»

heeft voor de Bataklanden een bijzondere beteekenis. Deze hangt samen met de economische veranderingen, die in een groot deel dier landen seder de laatste jaren hebben plaatsgehad en met het feit, dat het onderwijs hier voor zulk een overwegend deel beheerscht wordt door de zending. Uit de graphische voorstelling in het verslag over het inlandsche onderwijs over 1914 (tegenover blz. 11) blijkt, dat in het ressort van den adjunct-inspecteur te Medan (dit ressort is het le van de IV afdeeling) tegenover iets meer dan 60 openbare niet minder dan ruim 800 particuliere scholen voorkomen. Nu omvat dit ressort Sumatra's Oostkust, Atjèh en Tapanoeli, doch buiten Tapanoeli en het door de zending bearbeide deel van Sumatra's Oostkust is het aantal particuliere scholen naar verhouding gering. Zijn deze laatste overwegend neutraal, de eerste zijn bijna zonder uitzondering zendingsscholen. Een vrij groot (± 140) aantal hiervan komt wel is waar voor rekening van Nias, maar er blijven voor Tapanoeli en de Bataksche stukken van Sumatra's Oostkust te zamen zeker een kleine 600 over (de onvolledige opgaaf van genoemd verslag komt tot 566). Ook op het punt van openbaar onderwijs is echter Tapanoeli in verhouding tot de andere gewesten niet misdeeld, al is het, dat dit onderwijs bijna geheel beperkt is tot de afdeeling Padang Si Dimpoean, dus tot het Mohammedaansche, zuidelijke gedeelte van het gewest. In deze afdeeling is door de opening van een gouvernements-inlandsche school 2e klasse te Goenoeng Toea (Padang Lawas), waar in 1913 de particuliere neutrale school werd gesloten, het aantal tot 19 gestegen. Van grooter belang echter, ook om de principieele beteekenis dezer beslissing, is, dat de regeering overging tot de opening van een 2e klas school resp. te Taroetoeng en te Baligë, op twee plaatsen dus, die als belangrijke centra van den zendingsarbeid der Rijnsche zending bekend zijn. De regeering deed dit allerminst om de zending onaangenaam te zijn; zij zwichtte hier, na jarenlange aarzeling, voor een steeds duidelijker aan den dag tredend verlangen van de Christelijke

Sluiten