Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.) DE THRACISCHE DIONYSUS

De dienst

In sombere bergwouden vierden de Thracische stammen hun woeste orgiën ter eere van den gróoten daemon Sabazios.

In het donker van den nacht, bij walmend fakkellicht sprongen en dansten spookachtige gedaanten — menschengestalten, met dierenvellen bekleed. Pauken dreunden hel kletterden ijzeren bekkens, laag klonken de lang gerekte tonen der Fhrygische fluit. Euoi! snerpte de kreet van vrouwen en mannen, maar vrouwen vooral. Euoi, euoi! En zij sprongen renden en dansten, zwaaiend hun staven met klimop en wingerdloof - ja, kronkelende slangen omklemden hunne vuisten, en wild fladderden de haren om de verwrongen gezichten Euoi! En woester, steeds woester werd de dans. lot enkelen, bezwijmd, neerstortten op den grond. Dan snelden de dansers, als bezeten, naar het offerdier — een hertebok - midden in den kring. Dolken flitsten - een waanzinnig gegil - en het dier werd uiteengerukt, verscheurd met bloedige nagels, de lauwe stukken vleesch rond gestrooid en verslonden. Daar schetterden de bekkens - en de dans werd hervat, razend omstrengelden de lichamen elkaar en vielen neer, m woeste worsteling. Tot mannen en vrouwen i uitgeput, neerlagen op den grond, en uitronkten hun roes! dagen lang . . . 369

Sluiten