Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke, de zuiver-religieuse vorm van extase, physieke middelen versmaadt. Het zijn de mystici, de dwepers, die zich door geestelijke middelen opwerken tot de hoogste zielsverrukking, de contemplatie van het goddelijke. Voor Plato was de aanschouwing van het bovenzinnelijke (de ideeënwereld) de hoogste trap van zaligheid, slechts voor bevoorrechte menschenkinderen door langdurige inspanning te bereiken.

Meer persoonlijk hebben mystici als Plotinus, Porphyrius en de Heilige Theresia zich over hun oogenblikken van extase geuit. Hun mededeelingen daaromtrent zijn verzameld door Dr. P. Beek *). Wij willen er enkele stukken verkort uit overnemen.

De wijsgeer en mysticus Plotinus (*{* 274 na Christus), aanhanger der zg. neo-platonische school, schrijft over zich zeiven:

„Vaak, wanneer ik uit de sluimering van het lichaam tot mij zelf kom, en uit de buitenwereld tredend tot mij zelf inkeer, aanschouw ik een wonderbare schoonheid; ik ben dan vast overtuigd, tot een betere en hoogere wereld te behooren, en wek krachtig het hooger leven in mij zelf op. Ik ben éen geworden met de godheid. Doordat ik mij tot haar heb opgewerkt, ben ik tot zulk een levensenergie gekomen, en heb mij boven al het andere, het intelligibele, verheven. Daal ik dan na dit verblijf in de godheid uit de aanschouwing van den geest tot verstandelijkheid af, dan vraag ik mij af, hoe het mogelijk was, dat ik nu afdaal en dat mijn ziel vroeger eenmaal in het lichaam is gekomen". De Heilige Theresia (1515—1582) uit zich in* termen, die veel aan die van Plotinus doen denken:

„Er treedt een slaap der zielskrachten in, die zich niet geheel verliezen, en ook geen bewustzijn van hun werkzaamheid hebben . . . Het schijnt mij zelfs een geheel afsterven van alle dingen der wereld en een genieten van God. Ik weet niet, hoe ik het met andere woorden

') In zijn werk „Die Ekstase"

Sluiten