Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kend voorwerp heensluipen, dat in hun weg ligt; en zoo kunnen wij ons voorstellen, dat de oer-mensch gekluisterd wordt door vrees vooral wat door zijn contouren hem imponeert, waarin hij iets machtigs of vijandigs ziet 1). Boomen behooren hier vooral toe *); het indrukwekkend uiterlijk van menigen woudreus doet ons de oorzaak makkelijk voelen. Een rudiment van dit boom-fetischisme vinden wij in de gewoonte, bij Dionysus* feesten een boomstam te versieren met een gebaard masker.

Meer is er in den Thracisch-Griekschen cultus overgebleven van de Dionysische diervereering. We zagen zooeven, dat de zoömorphische dienst ook in de Grieksche religie nog heel wat sporen heeft achtergelaten ); juist bij Dionysus is dat heel sterk.

Dionysus als stier

Eens was Dionysus een stier. Plutarchus vertelt, dat e: vele standbeelden voor hem werden gemaakt in stiervorm. Buitendien laten zijn epitheta als „stier", „stierhoorn", „met stierhoorns", „met stierenvoorhoofd" daaraan niet den minsten twijfel. Maar volgens een zekeren mythus werd Dionysus in een geitebokje veranderd, om de jaloezie van Hera te kunnen ontvluchten; ook als bok is dus Dionysus vereerd, wat overeenkomt met de bokachtige natuur van satyrs en silenen, waarover wij zoo dadelijk zullen spreken. Ja, wij kunnen gerust aannemen, dat hij ook een panther, een leeuw of een slang is geweest, ook al weer naar zijn heilige dieren.

Hoe is nu deze diervereering te verklaren? Wij merkten boven al op: de „vereering" ontstaat voornamelijk onder invloed van vrees of schrik voor sterke of angst aanjagende

') Zie p. 15, I8.

*) Men denke aan de doipsgoden in Indië, die in den pagode-boom „wonen . Oorspronkelijk was de boom zelf godheid. ») Zie p. 15 1°.

Sluiten