Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ware zegetocht, door Griekenland, over de eilanden en de kusten van de Aegeische zee. Zoo werd hij voor de latere Grieken de god, die — als Alexander de Groote — zegevierend door de heele wereld en naar het verre Oosten trok, om overal zijn dienst te vestigen, den wijnstok te planten en de vreugde te verspreiden. Een zeer merkwaardig voorbeeld van late mythe-vorming. Want deze heele geschiedenis draagt onmiskenbaar de trekken van Alexanders triomphtocht, en moet dus wel op zijn vroegst omstreeks 300 vóór Christus ontstaan zijn, toen zelfs het bloeitijdperk der Grieksche beschaving al tot het verleden behoorde. De Grieksche volksphantasie schijnt wel onuitputtelijk te zijn geweest. Toch zijn er wel degelijk sporen van een ander soort, een meer opzettelijke, symboliek, in deze latere mythologie. Doch daarover straks 1).

Ander karakter

Dionysus overwon dus den tegenstand tegen zijn invoering bij de oudere Grieken. Wat geen wonder is, wanneer wij bedenken, hoe diep en levendig het natuurgevoel bij de oude Ioniërs, Doriërs en Aeoliërs was. Maar het bleek in zekeren zin een Pyrrhus-overwinning, die de Thracische godheid behaalde. Want de woeste Sabazios, Bassareus, of hoe de stiergod oudtijds ook heeft mogen heeten, moest zich langzamerhand schikken naar den milderen aard van het artistiek-voelend volk, dat hem nu ging vereeren. De overwinnaar werd zelf overwonnen: voor een deel legde hij allengs zijn ruwe en razende trekken af, en werd een Olympische god, met humaner trekken en een vriendelijk-lachend aangezicht. Hoe meer Dionysus' invloed in Griekenland steeg, des te verder week hij af van zijn oude barbaarschheid. Hij werd de teere wijngod, de dartele knaap met weelderige lokken en donkere, violetkleurige oogen, de jongeling van een weeke, haast vrouwelijke schoonheid en fijne, peinzende trekken, de Dionysus, zooals

J) p. 32. 389

Sluiten