Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den „thiasos" (religieuse vereeniging) laat hij in boeien slaan, niet vermoedend, dat het Dionysus zelf is. Maar de gevangene wordt door een wonder bevrijd, en Pentheus* paleis stort plotseling ineen. De koning, die van plan was aan het hoofd van een gewapende legerschaar naar den Cithaeron te trekken, waar de Bacchus-feesten worden gevierd, laat zich door Dionysus verdwazen; op diens raad gaat hij in vrouwenkleeren met hem mee, om ongemerkt den vreemden dienst te kunnen bespieden. Op den Cithaeron aangekomen, wordt de ongelukkige door den god aan de razende bacchanten verraden ; zij storten zich op hem, en zijn eigen moeder, waanzinnig van extase, helpt mee om haar'kind te verscheuren, en brengt triomphantelijk zijn hoofd, dat zij voor een leeuwenkop houdt, naar haar vader Cadmus. Bij hem gaan haar de oogen open; zij begrijpt de goddelijke straf en gaat diep ongelukkig in verbanning.

Ovidius, die in zijn Metamorphosen dezelfde sage verhaalt, vlecht er nog een tweede verhaal in. Bij hem is de man, die gevangen voor den koning gebracht wordt, niet de god zelf, maar een van zijn vereerders. Hij doet Pentheus een omstandig verslag van de wijze, waarop hij tot den nieuwen godsdienst bekeerd is: als een eenvoudig zeeman heeft hij met zijn makkers ergens op een eiland een jongen knaap van een wonderlijke vrouwelijke schoonheid gevonden. Gevoelend, dat dit geen sterfeling was, verzette hij zich tegen de trouweloosheid van de anderen, die den jongen onder valsche beloften meetroonden en wilden verkoopen. Plotseling vertoonde toen de godheid met een hoonenden lach zijn ware natuur: op zijn gebod omslingerde klimop de roeiriemen en de zeilen; Dionysus zelf, het schoone voorhoofd omkranst met wijngaardloof, zwaaide dreigend zijn thyrsus, terwijl spookachtige gedaanten van panthers en tijgers hem omringden. Vol ontzetting zagen de zeelieden toe; maar eer zij het beseften, trof hen de wraak van den god, want allen veranderden plots in dolfijnen, en sprongen in kromme visschengestalte van boord. Alleen zijn vereerder, die het verhaal aan Pentheus vertelt, werd gespaard. — Verder loopt het

Sluiten