Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we trachten onze handelingen toe te schrijven aan bepaalde religieuse of ethische principes.

De meeste dier handelingen zijn het uitvloeisel van gewoonte, gehoorzaamheid aan traditie en dergelijke meer; deze behandelingen worden als het .ware instinctief uitgevoerd. Het algemeen principe wordt slechts voor den dag gehaald, wanneer wij worden gemaand om ons gedrag te verklaren. Wanneer nu beginsel en handeling niet geheel met elkaar overeenstemmen, amendeeren we het eerste door rationalisaties, opdat het daardoor geschikt zal worden gemaakt om als verklaring voor de handeling te dienen en op die wijze ons ideaal van „redelijkheid" te doen behouden.

Zoo is het een veel voorkomend feit, dat menschen, die overigens van onberispelijke eerlijkheid zijn, den Staat of eenig ander publiekrechtelijk lichaam b.v. een spoorwegmaatschappij met de grootste koelbloedigheid kunnen bedriegen. Als hun gewezen wordt op de incongruentie tusschen hunne beginselen en hun gedrag, zal onmiddellijk een bont uitziende rij van rationalisaties ten gehoore worden gebracht. Zij zullen doen uitkomen, dat een spoorwegmaatschappij niet hetzelfde is als een individu, dat niemand er eigenlijk wat bij verliest, dat de vrachtprijzen toch al drukkend hoog zijn enz. enz. 1).

De menschen doen hun best om voor de ,,redelijkheid" van hun opvattingen ook van buiten af steun te krijgen en zijn bevreesd om door de buitenwereld die redelijkheid in de knel te zien brengen. Dit verklaart waarom de politieke partijman het liefst de bladen van zijn eigen richting leest, de sectariër op het gebied van het geloof bij een predikant van eigen richting ter kerke gaat, de heftige pro-Duitscher smult van „de Toekomst" en de heftige anti-Duitscher van „de

} De bedrieger is in dit geval te goeder trouw, wanneer hij aan zijn rationalisaties gelooft. Deze worden natuurlijk tot spitsvondige uitvluchten, als de producent er niet aan gelooft. Wanneer een chef aan een ambtenaar, die een door de omstandigheden gemotiveerd verzoek om salarisverhooging doet, antwoordt: „daar ga ik niet op in, want de inwilliging van je verzoek zou je berooven van een prikkel om vooruit te komen in de wereld en dus slecht werken", dan hebben wij niet met een rationalisatie, maar met een dooddoener te maken. Echter zijn ook hier allerlei overgangen, de menschen kunnen zich zelf zoolang iets voorpraten tot zij aan de waarheid er van gelooven, met name als dat in hun belang is.

Sluiten