Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van *t menschelijk geslacht in het oneindige; daarom kunnen ze elkander niet missen.

Zoo zijn de geslachten gescheiden, van verschillende eigenschappen voorzien en toch onafscheidelijk aan elkander verbonden en wederkeerig onontbeerlijk, en volgen zij den drang, die op het einddoel van het geheel gericht is: de voortzetting van het eindig bestaan van den enkeling in het oneindig bestaan der gansche menschheid.

Met deze scheuring van den oorspronkelijken lichamelijken band tusschen mannelijk en vrouwelijk principe gaat een toename van het verlangen gepaard, dat culmineert in de hereeniging. De middelen tot bevrediging van dit verlangen ontleent de natuur aan dezelfde bron, welke de scheiding eischte, namelijk aan de gecompliceerdheid van het menschelijk organisme.

Zooals het organische leven van zijn laagsten trap, het onbewuste, over 't bewuste tot het zelfbewustzijn voortschrijdt en het geestelijke zich paart aan het lichamelijke, zoo groeit ook de vage gewaarwording van lichamelijke behoefte aan hereeniging uit tot een bewuste handeling.

De onzichtbare aantrekkingskracht, welke tegelijk met de lichamelijke scheiding van mannelijk en vrouwelijk principe ontstaat — als gevolg van een onontkoombaar streven naar ruimtelijke overbrugging — wordt in haar vergeestelijkten vorm tot „liefde" en wel in haar bijzondere gedaante tot de liefde der geslachten tot elkander.

Evenals de arbeid der voortplanting tusschen vader en moeder verdeeld is, zoo is zij het ook tusschen moeder en kind. Het kind toch krijgt reeds vroeg in den moederschoot, trots zichtbare afhankelijkheid, een groote mate van zelfstandigheid in vergelijking met de bij de lagere levende wezens direct uit het moederlijk organisme uitgroeiende spruiten.

Zoo is de vrucht van den aanvang af in staat de opgenomen voedingsstoffen zelfstandig en doelmatig te verwerken. Wel is het werk tusschen moeder en kind dusdanig verdeeld, dat de eerste de- voedingsstoffen verschaft en voor de opname voorbereidt, terwijl de laatste die voor zijn groei verbruikt. 217

Sluiten