Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoewel bij de geboorte de ruimtelijke scheiding volkomen wordt, blijkt toch de innige lichamelijke band tusschen moeder en kind slechts weinig losser te zijn geworden.

Het kind n.1. neemt alleen de lucht direct uit de buitenwereld tot zich, de rest levert de moeder hem volgens het plan der natuur zóólang kant en klaar tot zijn eigen organisme voldoende krachtig is geworden om de voedingsstoffen direct uit de buitenwereld te betrekken.

Zoodra de lichamelijke gemeenschap van moeder en kind ophoudt, is reeds een hechte geestelijke band voor het geheele verdere leven gelegd.

Evenals de moeder, zoo ook 't kind: wel zelfstandig voor het eindige individueele leven, kunnen zij evenwel elkander niet missen voor de voortzetting van het eindig bestaan in 't oneindige. De onzichtbare aantrekkingskracht, welke door de lichamelijke scheiding van moeder en kind wordt in het leven geroepen, die de scheiding óók doet vergeten en naarmate deze meer volkomen wordt, steeds sterker en bewuster wordt, heet moederliefde.

De aantrekkingskracht der geslachten onderling en tusschen moeder en kind ontspringt zoo uit de gemeenschappelijke verwantschap met het oorspronkelijk moederlijke principe.

De liefde der menschen in eiken vorm, hetzij van het eene geslacht tot het andere, hetzij van de vereenigde geslachten tot hun nakomelingschap, is de drang, welke in elk levend wezen woont om zijn eindig bestaan in het oneindige voort te zetten. Zij is niets anders dan de wisselende vorm van een en dezelfde zucht naar zelfbehoud.

De onbewust vegeteerende, vastgewortelde plant is voor de verzorging zijner voortplanting op uiterlijke omstandigheden aangewezen.

Het zelfstandig zich bewegende dier zorgt daarvoor in den ïnstinctieven drang van zijn voortplantingsdrift.

Bij den zelfbewusten mensch is dit instinct vergeestelijkt en veredeld, tenminste ook vatbaar geworden voor beïnvloeding door het verstand.

ffi'ï, 218

Sluiten