Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de qualiteit betreft, bestaat er ook bij de kinderen van eenzelfde moeder inzooverre een verschil, dat de levensduur van het eerste tot ongeveer het derde kind toeneemt, terwijl die vervolgens gelijk blijft en na het zevende kind weer korter wordt, zelfs korter dan van het eerste.

Iets dergelijks ziet men bij de geweivorming der mannetjesdieren: van het ree en het hert is bijv. bekend, dat bij het eerste tot ongeveer 't 4e a 6e, bij het laatste tot 't 12e a 't 1 5e jaar elk jaar een sterker gewei gevormd wordt, terwijl het daarna weer zwakker wordt.

Welk een geweldig stofverbruik er met inbegrip van alle indirecte prestaties in den paartijd bij het mannetjesdier plaats heeft, toont ons het voorbeeld van den reebok, welke in den bronsttijd ongeveer 9 % van zijn lichaamsgewicht inboet.

De verliezen, die in indirect verband met de voortplanting staan, komen, hoewel ze tot op zekere hoogte met elkaar vergeleken kunnen worden, bij de beoordeeling van de arbeidsprestatie der geslachten voor ons doel eerst in de tweede plaats in aanmerking, omdat men niet weet waar men beginnen en waar ophouden moet.

Anders zou per slot van rekening ook de waarde van alle zorgen en moeiten, welke de moeder aan haar kinderen ten koste legt, mee op de vrouwelijke balans gebracht moeten worden.

Maar dan zou het ook den man gemakkelijk vallen verband te leggen tusschen de in totaal door hem gepresteerde arbeid en zijn taak tot instandhouding en veredeling van het menschelijk geslacht.

Zelfs wanneer wij er bij de berekening in het algemeen toe over zouden hellen de totalen aan stofverbruik der beide geslachten, welke direct en indirect samenhangen met de voortplanting, gelijk te stellen, zoo zou toch nog een fundamenteel verschil blijven bestaan.

Want tegenover de ongeregelde en willekeurige verdeeling der geslachtelijke prestatie over een bepaald tijdsverloop en de ongelijkmatige aantrekkingskracht bij den man, staat 223

Sluiten