Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de voortplanting is het eene — quantitatieve — deel van de moederlijke taak vervuld.

Mede te werken aan de verbetering der qualiteit, d. w. z. aan de ontwikkeling en veredeling van het menschelijk geslacht, is voor de vertegenwoordigster der cultuur een niet minder dringende eisch.

Slechts weinig menschen zijn zich volkomen bewust van de moeilijkheden, welke dit tweede deel met zich brengt, omdat het alleen de vrouw is, die zich daarmede in de praktijk bezig houdt.

Slechts van tijd tot tijd, wanneer het den heer der schepping behaagt daarover te gaan theoretiseeren, wordt deze plicht, welke aan elke vrouw als iets vanzelfsprekends toeschijnt, tot een geheel nieuwe eisch der cultuur opgeblazen.

Daar volgens de erfelijkheidsleer ieder mensch het erfdeel zijner vaderen bijdraagt aan den bouw zijner nakomelingschap en daarbij, behalve met het eigen aandeel, ook met de geheele opstijgende lijn van de(n) echtgenoot moet worden rekening gehouden, schijnt het allereerst van pas aan de veredeling van het menschelijk geslacht te werken door een juiste keuze der combinatie.

Het bevorderen van gezonde huwelijken en het beperken van verkeerde is dan ook de beste huwelijkstheorie, welke jammer genoeg veel te weinig in praktijk gebracht wordt.

Gemakkelijker is die opvatting, welke ook wanneer men geen rekening houdt met de erfelijkheidsleer, toch nog nuttig in praktijk te brengen is, volgens welke de overgeërfde potenties — evenals het zaad in den vruchtbaren bodem — een voordeelige kweekplaats vinden in de hoede van de moeder.

Zonder eenigen twijfel kan de kiem gedurende haar ontwikkeling in het moederlijk organisme er zoowel beter als slechter op worden. Veel wordt er dan ook gesproken over den invloed van de moeder op het ongeboren kind'.

Voor zoover dat niét ten onrechte is, zouden we zelfs van een opvoeding van het kind in den schoot zijner moeder mogen spreken.

Sluiten