Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trappen in dezelfde volgorde doorloopen, als deze in de dierenreeks — in de zoogenaamde „phylogenese" — op elkander volgen.

De jeugdvorm van het individu komt dus overeen met den oorspronkelijken vorm der soort.

De ontwikkeling der dierenwereld, de phylogenese dus, toont inderdaad het vrouwelijk organisme als den oorspronkelijken geslachtsvorm. Overal waar bijzondere organen voor ongeslachtelijke voortteling gevonden worden, komen die in bouw en functie overeen met de vrouwelijke geslachtsorganen —, met dat verschil, dat zij zelfstandig en onafhankelijk de kiemvorming in haar geheel tot stand brengen, welke bij de geslachtelijke voortplanting in het vrouwelijk organisme slechts voorbereid en begonnen wordt.

Zoo heeft elk individu, dat zich op de een of andere wijze ongeslachtelijk voortplant, alle overeenkomst met een bevrucht wijfje. En ook wanneer daar, waar de voortplanting in den regel geslachtelijk plaats heeft, deze bij uitzondering ongeslachtelijk tot stand komt, geschiedt dat steeds door een vrouwelijk orgaan of individu.

Nergens bestaat een voortplanting zonder vrouwelijk principe; bij vele soorten ontbreekt evenwel het mannelijk geslacht.

Daarom stelt men zich de natuur voor als een vrouwelijk grondbeginsel, als een eeuwig jonge moeder.

Zoo komen we vanzelf tot het grondbegrip omtrent het wezen der geslachten: Het vrouwelijk geslacht is de vroegste vorm, waarin' zich het leven geopenbaard heeft, dit heeft tevens bij alle ontwikkeling het oorspronkelijk karakter het best behouden. Het mannelijk geslacht daarentegen is de afgeleide levensvorm, welke door ontwikkeling uit den oorspronkelijken vorm is voortgekomen en zich bovendien verder daarvan verwijderd heeft.

Dit komt het best uit bij de overgangen die er bestaan van den geslachtelijken tusschen vorm, welke tegelijkertijd mannelijke en vrouwelijke organen bezit, naar de gescheiden geslachten. Dit illustreert tevens den oorsprong van het mannelijk geslacht.

Sluiten