Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat steeds de optimale verhoudingen aan een bepaalden leeftijd gebonden zijn en dat het dus een daad is van wijs beleid, op dien leeftijd het geslachtsleven aan te vangen.

De schadelijke gevolgen der verloochening, verwaarloozing en willekeurige verschuiving van de natuurlijke voortplantingstaak treffen niet alleen de moeder zelf, maar ook haar kind.

Reeds wezen wij er op, dat de kinderen van vrouwen, welke tot op het laatste oogenblik hard hadden moeten arbeiden, een geringer gewicht hadden bij hun geboorte dan hun meer bevoorrechte Iotgenooten, wier moeders zich eenigen tijd vóór de bevalling hadden kunnen ontzien. Ieder weet, dat de levenskracht van kunstmatig-te-vroeg of operatief ter wereld gebrachte kinderen beneden het middelmatige blijft.

Gedurende het kraambed komt vervolgens de vraag op den voorgrond, of het beter is, óf door het zelfvoeden na te laten het kindertal te vergrooten, óf door zich te wijden aan de natuurlijke voedings- en verzorgingsplichten — waardoor, zooals men weet, meest gedurende geruimen tijd de kans op een nieuwe conceptie sterk verminderd wordt — mede te werken aan de verbetering van de qualiteit der nakomelingschap?

Dat er op deze vraag maar één juist antwoord is, zal aan een ieder, in verband met het boven besprokene, duidelijk moeten zijn.

Wat het krachtsverbruik van de moeder betreft, is het zeker dat de prestaties gedurende de lactatieperiode zeker niet onder doen voor die gedurende de zwangerschap, voor zoover men daaraan als maatstaf aanlegt de vorderingen der vrucht in lichaamsgewicht gedurende beide perioden.

En te gewichtiger is de beslissing: al of niet zelfvoeden, aangezien zwangerschap en lactatieperiode organisch één geheel uitmaken met betrekking tot de qualitatieve beïnvloedbaarheid van het kind door zijn moeder.

Zeker is het niet uitgesloten, dat door een eventueele „verwisseling van moeder" karakter en temperament van het kind op mingewenschte wijze zouden kunnen veranderen. 271

Sluiten