Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone suggestibiliteit, en eerst later ziek wordt, zou ik niet kunnen zeggen, maar 't lijkt mij niet waarschijnlijk. In ieder geval, eenmaal ziek, is hij van een ontvankelijkheid voor suggestie, die eigenlijk geen grenzen heeft. Een voorstelling, die zich in zijn geest genesteld heeft, wordt voor hem werkelijkheid, zoozeer dat ook zijn lichaam zich naar die gefingeerde werkelijkheid regelt, en wel in functies die in t geheel niet van den wil afhankelijk zijn. Een hysterica kan verlamd, stom, gevoelloos zijn, zonder dat haar bewegingsorganen, haar spraakorganen, haar gevoel etc. hun vermogen tot een goede functionneering verloren hebben. Zij is het, omdat er in haar bewustzijn iets mis is. Nu moet men dat niet opvatten alsof zij daarom niet werkelijk verlamd of stom zou zijn, en weer zou kunnen gaan of spreken als ze *t slechts wilde. Integendeel, dat wat er in haar bewustzijn hapert, is evenmin van haar wil afhankelijk, als de verwoesting in de hersensubstantie dat is bij den lijder aan bloeding in de hersenen. Het ligt voor de hand om te denken, dat de storing in het bewustzijn bij hysterie ook wel een anatomisch substraat hebben zal, bestaande in pathologische veranderingen in' vezels en cellen van de hersenschors, al zijn die veranderingen voor 't oogenblik nog aan de waarneming onttrokken. Maar juist doordat die veranderingen zoo subtiel zijn, is het begrijpelijk dat zij weer verdwijnen kunnen, wat veel minder het geval is bij een grove verwoesting, zooals die b.v. bij bloeding in de hersenen ontstaat. En zoo is het dikwijls mogelijk dergelijke verschijnselen door suggestie te doen verdwijnen.

Hoe de hysterica komt aan de voorstellingen die haar b.v. verlammen of stom maken, is een vraag die al heel wat stof opgeworpen heeft. De school van Charcot (Parijs) wil het meerendeel der hysterische verschijnselen, o.a. ook de toevallen die er dikwijls bij voorkomen, verklaren als reacties op voorvallen die de patiënt jaren geleden beleefd heeft. Bijvoorbeeld een patiënte, die als kind hevig van een hond geschrokken was, zou in later jaren het gebeurde uit haar kindsheid in haar geest nogeens beleven in een hysterisch 311

Sluiten