Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wederzijdsche en onderlinge suggestie tusschen de menschen wordt veel goeds neergedrukt. Men moet niet te veel onder, maar vooral ook niet te veel boven het niveau der andere menschen zijn — dat is de gewone leus. Men moet meedoen — net als de kleine kinderen op school. Menschen, die den moed hebben hun leven te leven, zóó als zij het wenschen, zijn er niet veel. De meesten komen niet zoover, dat zij hun eigen wenschen op dat punt voor zichzelf formuleeren. Men moet zijn stand ophouden — fatsoenlijk vinden, wat een ander fatsoenlijk vindt — koopen wat een ander koopt etc.

Sommigen verbeelden zich dat zij doen wat zij willen, en zich aan niemand storen, omdat zij de behoefte hebben opgemerkt te worden, in 't oog te vallen. Zij doen per se niet wat een ander doet, en zorgen er voor dat goed duidelijk te maken. Deze menschen zijn al evenmin zichzelf, als de groote meerderheid, die mee gaat in den sleur van de maatschappij.

Maar doen wat men goed vindt, omdat men het goed vindt; zijn nut doen met de ervaringen van anderen, zonder blindelings na te volgen; rustig zijn eigen weg te zoeken, omdat een ander ons dien nooit wijzen kan, — dat is de levenskunst, die het individu leeren moet, om in de massa niet genivelleerd te worden met allen, die in aanleg onder hem staan.

Alle suggestie van anderen uit- zijn leven weren, kan natuurlijk niemand. Maar wanneer men de gewoonte heeft zich rekenschap te geven van wat men doet niet alleen, maar ook waarom men het doet, dan is men gewapend tegen den kwaden invloed van dat, wat iedereen doet. Des te toegankelijker zal het bewustzijn daarbij worden voor den invloed van de twee groote opbouwers van de menschelijke ziel: de wetenschap en de kunst.

Zoolang er van een bestaan van wetenschap gesproken kan worden, heeft zij strijd gevoerd tegen de vele duistere suggesties, die den menschelijken geest vertroebelen. Zij heeft licht gebracht in het fantastische rijk van daemonen en booze geesten, waardoor het bijgeloof de menschen gevangen hield; 317

Sluiten