Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ik een jaar of drie geleden in deze zelfde reeks over de Psychologie van het Karakter schreef, behandelde ik daarin twee jongens, Frits en Rinze, die ik als directeur van een Rijksopvoedingsgesticht had leeren kennen, en die mij thans dienen mogen tot uitgangspunt. Daarvoor zal ik kortelings herhalen wat ik toen van hen heb gezegd.

1 - Frits meikt alles op, wat om hem heen is en springt met zijne waarnemingen van hak op tak. Rinze merkt ternauwernood op wat om hem gebeurt, en verwerkt alle waarnemingen tot het uiterste.

2°. Frits neemt zeer nauwkeurig waar, doch hij brengt de waarnemingen niet met elkaar in onderling verband, zoodat zjjn bewustzijn uit allerlei stukjes bestaat, die successievelijk aan elkaar zijn vastgeregen. Rinze werkt de waarnemingen uit in hun onderling verband, zoodat er eene eenheid van bewustzijn ontstaat, die hem ontoegankelijk maakt voor indrukken, waardoor zijn geesteswerk zou worden verstoord ;

3°. Frits is oogenblikkelijk bij de wisselende omstandigheden aangepast, en bezit veel tegenwoordigheid van geest, maar onderwijl worden zijne gedachtenreeksen nooit tot het einde vervolgd. Rinze spint alles tot het einde uit, zoodat er geen plaats is voor voorstellingen, die niet met het uitgangsthema verwant zijn, waardoor hij eenzijdig, besluiteloos, verstrooid en onpractisch is.

4 . Frits kan niet komen tot geregeld overleg, zoodat er groote hiaten bestaan in zijn denken, terwijl er van nauw321

Sluiten