Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lukkig niet voor alle toespraak en leiding is afgesloten. Hij is vatbaar voor troost en opwekking, zoodat zijne stemmingen verzacht worden, al zal ook bij voortgaande ontwikkeling zijne natuurlijke geaardheid toch blijven aan den gedrukten kant. Terwijl dus Willem melancholisch aangelegd is, is de aanleg van Hein maniacaal.

Ik kom nu tot een derde groep, en neem daarvan allereerst Piet, van wien ik niet zeggen kan, dat hij een slappe en ook niet, dat hij een taaie secundaire functie heeft, maar toch zal het blijken, dat de geaardheid van zijne secundaire functie een groote beteekenis bij hem heeft gehad. Zijn afkomst wijst ook op geen degeneratie, en zooals hij tegenwoordig is, zoo is hij dus niet van af het ei. Hij ziet er gezond uit, heeft een blozend gezicht èn een goed gevormd lichaam, en behalve dat hij in jeugdige onbezonnenheid, op aandrang van iemand anders, zich eens liet tatoeëeren, zou men oogenschijnlijk geld op Piet kunnen uitdoen. Maar sedert zijn vader gestorven is, dat is sedert zijn 13e jaar, en nadat hij het leven van den fabrieksarbeider heeft leeren kennen, op de geschutsfabrieken nog wel van Krupp, is Piet een heel andere jongen geworden dan hij was in zijne kinderjaren. Laat mij 't maar heel kort en ook heel duidelijk zeggen. Tijdens de puberteitsjaren is Piet vergiftigd geworden in geestelijken zin, en deze vergiftiging heeft vooral op zijn gevoelsleven ingewerkt, met dien verstande, dat de bij ieder normaal mensch aanwezige dispositie voor aandoeningen, bij hem een abnormale verandering heeft ondergaan. Terwijl hij als kind van deelnemend karakter was, reageert hij nu met onverschilligheid, hetgeen op hem den indruk maakt, dat niet hij, maar dat de wereld veranderd is, en dat die veranderde wereld het er nu op toelegt, om 't leven voor hem zoo lastig mogelijk te maken. Er heeft zich miskenningswaan bij Piet ontwikkeld, waarop hij met heftige affecten kan reageeren, en die hem telkens weer voor de vraag brengt, wat voor bijzonders er toch wel aanwezig moet zijn bij hem, om zoo door iedereen met verkeerde oogen te worden aangezien. Piet vindt zelf wel het antwoord op deze vraag. Hij moet natuurlijk van ander gehalte zijn dan 325

Sluiten