Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er herinnering bestaat aan betere jeugdindrukken, en dat deze herinnering, ofschoon dikwijls verborgen, toch in 't bewustzijn kon worden teruggeroepen. Bij hem mochten we zelfs ervaren, dat telkens deze betere herinnering zich gedurende langeren tijd wist te handhaven in het bewustzijn, en er is dan ook eenig vermoeden aanwezig, dat, wanneer het leven niet al te verwoestend op hem komt aanstormen, hij wel gered zal worden uit zijne moeilijkheid.

Minder gemakkelijk zal dat gaan met Niko, die vrijwel van dezelfde structuur is als Gerrit, maar die toch hierin van hem verschilt, dat zijne onvoldaanheid niet door verhoogde, maar door verlaagde emotionaliteit geleid wordt, en dientengevolge niet in hypochondere, maar in querulante waandenkbeelden wordt omgezet. Niko is een dwarsdenker in folio, een die alles, wat in hem aanwezig is, recht wil praten, terwijl hij verder de wereld rondom hem voor zoo ongeveer beschouwt als één stuk onrecht. Van binnen uit weet hij niets, en 't geen hij van buiten af weet, heeft hij op eigen houtje en naar eigen systeem getransformeerd. Hij is echt iemand van den katheder, en debatteeren kan hij, zooals dat een scholast alleen maar kan, waarbij echter vooral de godsdienst het ontgelden moet. De godsdienst is uitgevonden voor dwazen, zegt hij, maar hij, hij is immers geen dwaas, hij kan praten, zooals de beste, en laat men dan ook maar eens bij hem komen, met al die redenaties over den godsdienst. Trouwens niet alleen de godsdienst, maar de heele maatschappij is een rotzooi, en spreek nu maar liefst niet tegen, want hij weet het, hij alleen, en zoo goed als twee keer twee vier is, zoo goed zal hij 't bewijzen ook . . . Zelfs zijn eigen lotgenooten worden op die wijze door hem achtervolgd, en gelijk eens Nurks deed in den Haarlemmerhout, zoo verstoort ook hij 't liefst datgene, wat een ander welgevallig is, terwijl leedvermaak lang niet vreemd is aan dezen knaap. Met Gerrit en Piet behoort hij tot de paranoïde groep, bij wie het niet ligt aan een totale ontaarding van de psychische constitutie, zooals bij Frits en Rinze; noch aan eene algemeene verandering van de secundaire functie, gelijk bij 327

Sluiten