Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans met de conflicten ook de droomtoestanden achterwege blijven. Hij wordt dan weliswaar geen door en door brave, maar toch wordt hij een heel gewone gestichtsjongen, die mogelijk straks nog wel eens opnieuw dreinen en dwingen zal, doch aan wien men ook dan niets toegeeft, dien men, als 't moet, zelfs hard behoort aan te pakken, en met wien men overigens omgaat, alsof er niets bijzonders aan hen mankeert, waardoor men ten slotte „een brug bouwt" tusschen hem zelf en zijne omgeving. Wij hebben met Johan succes gehad, en ook toen hij naar elders vertrokken is, schijnen de droomtoestanden zich niet te hebben herhaald. Hoofdzaak is, dat de „onderziel" van zulke jongens, gelijk Potgieter dat eens teekenachtig heeft uitgedrukt, voor zooveel mogelijk beneden den drempel van hun bewustzijn moet worden gehouden, door den wil en de tact van iemand anders, waardoor echter tevens de „bovenziel" kan worden opgewekt en geleid. Maar het merkwaardigste geval, dat ik in mijn praktijk heb gehad, tegenovergesteld aan dat van Johan, is het geval van Fré. Fré had een ernstig misdrijf gepleegd, of eigenlijk meer ernstige misdrijven had hij gepleegd, die eerst na zijne veroordeeling bekend geworden zijn, en die hij alle gepleegd had, nadat hij met Amsterdamsche beroepmisdadigers in aanraking gekomen was. En niet alleen dat, maar toen hij dientengevolge reeds in een gesticht was geplaatst, bleek hij ten overvloede ook nog „tuchteloos" te zijn, zoodat hij naar de speciale afdeeling voor tuchteloozen overgebracht werd, die destijds verbonden was aan 't gesticht onder mijn beheer. Hoe het kwam, dat wij nooit iets van tuchteloosheid bij hem hebben gemerkt, moge ik hier in 't midden laten, maar dat wij al spoedig zijn „onderziel" hadden ontdekt, blijkt wel hieruit, dat ik kort na zijne opname in genoemde afdeeling reeds met hem te lezen zat in een eigenaardig soort boeken, en wel in Wijsheid en Levenslot van Maeterlinck, in het leven van den Heiligen Franciscus, zooals dat door Manette de Fauvage beschreven werd, en in de verschillende redevoerigen van Prof. de Groot, hoogleeraar in de wijsbegeerte

Sluiten