Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet daaraan zijn verplicht? Door die toespraak van Cassius wordt er eene andere stemming levend in Brutus' hart, maar het blijft bepaald tot alleen maar een stemming, en tot daden komt het voorshands bij Brutus nog niet. Met zijne sterke secundaire functie is Brutus daarvoor de man allerminst. Hij zal niet handelen onder de souvereiniteit van zijne indrukken, maar die indrukken zal hij stellen onder de souvereiniteit van zijne gedachten, en zoo wordt straks bij Brutus bewaarheid, wat later onze landgenoot Huygens heeft gezegd:

Is 't overdenken goed, het overdenken niet: Hij ziet zich zeiven uit, die al te veel doorziet.

In Brutus bewustzijn wordt al het vroegere, dat hij over Ceasar en de Republiek gedacht heeft, nog even weer nagedacht, maar thans in den gedachtengang, die door Cassius bij hem is losgemaakt. Zijne nieuwe overpeinzingen brengen hem tot keuze. Zelfs komt hij er toe, om Ceasar te vergelijken bij 't ei van een slang, dat door de zonnewarmte wordt uitgebroed. Maar, zegt hij, dat mag met, de slang is de vijand van het menschdom, en onrecht zou er dus aan het menschdom worden gedaan, als er een slangenei uitgebroed wordt. Moeten we dan zachte gevoelens koesteren tégen zoo'n ei? Is 't niet veeleer beter, dat zoo'n ei in den dop wordt gedood ? En, vraagt hij, is mijn eigen vriendschap voor Ceasar niet een deel van de zonnewarmte, waardoor straks het slangenei wordt uitgebroed ? Moet ik, Brutus, dan niet de vijand zijn van mijn eigen vriendschap ? Mag ik Ceasar dan nog wel beschouwen als iemand, aan wien ik mijn liefde schenken moet ? Waarop ten slotte die redeneering uitgeloopen is, weet ieder ontwikkeld mensch. Gesteund door het werk, dat Cassius in 't hart van Brutus heeft verricht, gaat ten slotte de leer boven het leven, en zelfs zijn eigen persoonlijk belang ter zijde schuivend, geeft hij eindelijk gehoor aan zijn getheoretiseerde beginselen, aan zijn gewaande plicht tegenover de gemeenebest, en ook al weigert hij, om den gevraagden eed te zweren, toch wordt hij, zonder dat, een van de eedgenooten mede, die straks den doodelijken val van Ceasar zullen bewerken. „Et tu, Brute!" zijn volgens Shakespeare de laatste woorden geweest, die Ceasar gesproken 345

Sluiten