Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwei Seelen wohnen ach in meinet Brust, Die eine will sich von der andren trennen: Die eine halt in derber Liebeslust Sich an die Welt mit klammerden Organen, Die andre hebt gewaltsam sich vom Dust Zu dem Gefilden hoher Ahnen.

Ten slotte heeft, zooals we weten, de betere onderziel van( Faust het gewonnen op zijn dikwijls verkeerde bovenziet, en ofschoon deze overwinning niet bij iedereen wordt behaald, toch is de strijd tusschen beide elementen wel aanwezig bij iedereen. Dat beleven wij in onze gestichten, dat beleeft men ook in de klinieken, men beleeft het bij dichters en bij de mystieken, ja men beleeft het in den dagelij kschen omgang, bij kennissen en bij familie, en niet het minst beleeft men 't ook in zich zelf. J) Er is immers dikwijls heel veel bij ons aanwezig, dat van binnen uit komt, dat endogeen is, en dat in voortdurenden strijd leeft met hetgeen van buiten af, dat exogeen, tot ons bewustzijn is doorgedrongen, Hoe moeilijk reageeren we soms op feiten en woorden, die vanwege anderen tot ons gekomen zijn, en hoe vaak blijkt het dan niet, dat onze eigene uitspraken en handelingen niets anders dan reacties zijn geweest op ons zelf. Of omgekeerd. Hoe vaak gebeurt het omgekeerd ook niet, dat we wel reageeren op de indrukken van buiten af, maar niet op ons zeiven, zoodat we anders bedoelen dan door ons gesproken of gehandeld wordt. In beide gevallen kunnen we ernstig misdrijven tegenover onze naasten, en rusten er verplichtingen op ons van zedelijken aard, maar in den regel gaan toch dergelijke toestanden nog buiten den wil om, zoodat de oplossing ervan vrij gemakkelijk is. Erger wordt het, evenwel wanneer ook de wil en het overleg in deze toestanden betrokken zijn, b.v. bij den geestelijken hoogmoed, zooals die door de Genestet geteekend is, en niet alleen is dan de oplossing zeer moeilijk, maar het dubbelwezen, dat mensch heet, staat dan ook levenderlijf tegenover ons:

t Gelaat nu geplooid in den deftigsten trek,

) Zeer interssant is de beschouwing van Dr. Schepers in het Augustus-nummer van Vragen v. den Dag 1918 over den invloed van het onderbewustzijn bij dichters. 347

Sluiten