Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

censuur doet eveneens haar plicht, want terwijl de activiteit des levens haren gang blijft gaan, dringt als een zachte stroom het betere beginsel tot onze daden door, ook al wordt het door ons niet steeds erkend. Doch soms gaat het anders. Soms zijn we verblind, omdat de andere stroom veel te sterk is voor ons bewustzijn, en soms verzetten wij ons tegen het betere ik, dat tot het bewustzijn door wil dringen, en soms worden we te pletter geslagen in den draaikolk, die ontstaat, als door den drang van weerskanten het recessieve en het domineerende beginsel hun natuurlijk evenwicht hebben verloren. En soms. . . . soms breekt plotseling als met een schok het betere kindschap tot ons bewustzijn door, geen dam en dijk meer tellende, en we zijn geworden een tweemaal geboren mensch . . .

En thans het laatste punt, dat ik nog moet bespreken: is het eigenlijk wel iets nieuws, wat ik in deze bladzijden behandeld heb? Laat mij op die vraag maar rondweg zeggen, dat het iets eeuwenouds is, wat ik hier heb besproken, en dat er hoogstens een nieuwe leeren zak door mij is gebruikt, terwijl de wijn, die er in geborgen werd, zoo oud is als de menschheid zelf. Alle eeuwen door hebben wijsgeerenen dichters zich met dit onderwerp bezig gehouden. En nu zal ik hier wel niet spreken over de alleroudste volken, maar in een tijd, dat we in de paedagogiek hooren van jeugdherinneringen, zelfs van jeugdherinneringen, die mode gaan worden in onze dagen, moge ik toch spreken over de beste jeugdherinnering, die ooit geschreven is, en die we aan Augustinus hebben te danken. Wie is er, die beter over de verborgenheden des levens geschreven heeft, dan hij heeft gedaan? Wie, die beter ons heeft verteld, hoe uit de verborgenheden des harten 's nachts in den droom de voorstellingen des kwaads tot ons komen, en dat die voorstellingen ook overdag tot ons komen uit de verborgenheden van ons hart? Maar uit de verborgenheden des harten hebben ook andere voorstellingen bij Augustinus gewerkt, en wat hij over dat alles in zijne Bekentenissen geschreven heeft, is zoo groot en heerlijk, als mij in de litteratuur geen tweede voorbeeld bekend is. Ik weet niet, of gij

Sluiten