Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schilderij van Ary Schetter kent, voorstellende Augustinus, zij aan zij en hand aan hand met zijne moeder Monica. Hij een wezenlijk mensch, maar zij een wezen, hooger dan de mensch ooit in zijne wezenlijkheid zijn kan, zij in biddend opzien naar den hemel, en hij met haar.... eene eenheid, die twee.... maar eene eenheid, die aanvankelijk door Augustinus niet was erkend, en die hij pas erkende, toen de echte kinderlijkheid weer door zijne manbaarheid heen was gedrongen. En moeten wij bij dat beeld ook nog niet eens gedenken het woord van Wordsworth, dat our birth but is a sleep and a forgetting? Tenzij we worden een tweemaal geboren mensch.

Augustinus had den „zondeval" meegemaakt in zijn eigen hart en naar den geest van het destijdsche denken had hij op de menschheid toegepast, wat hij in zich zelf bij den mensch had waargenomen, door aan den val van Adam toe te schrijven het algemeene onvermogen van den mensch, om met het geweten steeds in overeenstemming te kunnen handelen. Dat op Babylonische inscripties en in Babylonische liederen, die van vóór Mozes afkomstig zijn, ook reeds over een „zondeval" gesproken wordt, kon destijds nog niet bekend zijn aan Augustinus; maar verandert overigens ook niets aan het psychologisch feit, dat aan de gedachte van den „zondeval" ten grondslag ligt. Dit psychologisch feit heeft bij de Hebreeën aanleiding gegeven tot eene schitterende theodicee, die door de Christelijke kerk overgenomen en nader uitgebreid werd, en waarover vaak in die Kerk op felle wijze gestreden is; maar die nochtans de tijden door vele harten van denkers en dichters heeft beroerd op eene wijze, die onvergankelijk schijnt te zullen zijn voor alle eeuwen. We moeten voor deze theodicee eerbied hebben, want zelfs wie de historische waarde ervan niet aanvaardt, zal toch de symbolische waarde ervan moeten erkennen, gelijk hij tevens erkennen moet de psychologische waarde van het feit der erfzonde, dat in deze theodicee mede ligt uitgedrukt. Bij wijze van erfelijkheid spoken er „geesten" rond in 't menschelijk geslacht, zoóals ze 361

Sluiten