Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens dooi Ibsen 0 weiden genoemd, geesten, die ons in de aimen voeien van het negatieve, van het niet kunnen, de inactiviteit, en die zoodoende ooizaak zijn, dat de zonden dei vadeien tot in hunne kindeien en kindskinderen woiden bezocht. Vooial sinds Darwin werd het vraagstuk van de erfelijkheid met vernieuwde belangstelling onderzocht, maar speciaal de latere biologen, niet het minst onze landgenoot Hugo de Vries, hebben er eene verklaring aan gegeven, die ook van de grootste beteekenis is, wanneer we met elkander spreken over de psychische oorsprong van het kwaad. We weten van de erfelijkheid nog niet het laatste, maar wel weten we, dat ze meer gecompliceerd is dan toen eertijds, zonder meer, van haar gezegd werd, dat de kinderen van dronkaards idioot of epileptisch worden, omdat het kinderen van dronkaards zijn enz. We weten thans, dat als dragers van de erfelijke eigenschappen de kernkorrels optreden, die zich bevinden in de vaderlijke en de moederlijke cel, en dat het vaderlijke en het moederlijke erfdeel in den mensch vereenigd zijn, maar nochtans los van elkaar, en wel zoodanig, dat de erfelijke eigenschappen hetzij dominant hetzij recessief zijn in den mensch. We weten ook, dat aanpassing en variatie van invloed kunnen zijn op deze verhouding, zoodat wat recessief is, dominant kan worden, en omgekeerd. Verder dat er degeneratieve, pathologische en regeneratieve variaties mogelijk zijn, en dat er zelfs sprongvariaties en mutanten bestaan. Frits en Rinze en al de overige gestichtsjongens zijn daardoor verklaard, verklaard is daardoor ook wat we in de klinieken en in den droom en in het dagelijksch leven hebben gemerkt. Elk wezen, dat door geslachtelijke voortplanting ontstaan is, zien we thans voor ons als een dubbelwezen, dat zelfs bastaardeering toelaat; als een levend mozaïek, gelijk Naudin dat noemde, en *t vraagstuk van de erfzonde verschijnt nu voor ons in 't licht van de biologie, zooals ze zich sedert Darwin

*) Het bekende drama van Ibsen, dat wij Spoken noemen, had zoowel ziel- als taalkundig, eigenlijk Geesten genoemd moeten zijn. De dichter stelt het n.1. niet zoo voor, alsof er spoken werken in 't bewustzijn van Oswald Alvig, maar wel dat het geesten zijn, waardoor zijn persoonlijkheid wordt verstoord, en dienovereenkomstig luidt dan ook de Noorsche titel van dit drama.

Sluiten