Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dunkt me, wel aannemen, dat vooral de konklusie door 'n groot deel van 't onderwijzerskorps zal worden onderschreven.

HET WERK OP ZICH ZELF

Een heel enkele lezer stelt zich misschien een klasse voor als 'n verzameling kinderen, die de hele dag met schitterogen aan de lippen van de onderwijzer hangen en zijn wijsheid gretig indrinken.

Nu, dat komt niet presies uit. Het eerste deel van de ochtend loopt het met de attentie in den regel nog al wel los, maar dan komen er, dunkt me, te veel tijden, dat de onderwijzer dingen moet doen, die 6f voor de leerlingen, öf voor hem zelf een gruwel zijn.

De klasse slikt ten slotte nog wel, maar ze slikt met meer van harte: het opnemingsvermogen raakt uitgeput. Enkele kinderen (héél enkele maar) schijnen altijd te kunnen opletten. Maar de rest gelooft 't wel en laat de hele portie wijsheid gelaten over z'n hoofd gaan. Het kan natuurlik ook zijn, dat de onderwijzer ten slotte te moe is, om de boel er nog behoorlik in te hameren. Welke van deze beide faktoren het zwaarste weegt, kan eigenlik ook weinig schelen. Het fatale alleen is, dat ze gelijktijdig optreden. Het zou veelminder erg zijn, als de klas van 's middags 4 uur de onderwijzer voor zich had van 's morgens 9 uur. Ieder schoolmeester weet bv. welk een enorm verschil er is tussen een zelfde les, gegeven door dezelfde onderwijzer aan dezelfde klas in 't begin van een ochtend of bv. Vrijdagmiddag tegen vieren.

En zelfs op de goede momenten van de dag zijn er in de klasse nog zooveel leerlingen, die 't wel geloven, zonder dat ze t horen, dat de onderwijzer haast altijd voor de klas staat met 't gevoel, niet: ik ben bezig te werken, maar: ik moet voortdurend een complex van tegenwerkingen overwinnen, en dat is veel lastiger en vooral veel onaangenamer. Het is anders dan in de kerk. Wie 't in de school niet wil horen, móet 't toch horen.

Een predikant of een geleerde, die 'n voordracht houdt,

Sluiten