Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan zich volkomen op z'n onderwerp konsentreren en rustig nadenken. Een professor, die kollege geeft, heeft 't betrekkelik gemakkelik: toestellen prima in orde, zo nodig een amanuensis en toehoorders, die uit belangstelling komen. De onderwijzer heeft 't moeiliker: hij moet z'n aandacht overal tegelijk hebben.

Hij moet zijn publiek op 'n bevattelike, aangename manier bezig houden; — hij moet zijn jeugdige, tot onrust geneigde toehoorders voortdurend stil houden en, wat niet 't minste is: het wordt hem als schuld aangerekend, als er wanorde ontstaat.

Behalve docent moet de onderwijzer dus ook steeds zijn: uitkijkpost en daama, zo nodig, strafrechter. Hij bekleedt soms zo ontzettend veel functies tegelijk. (Denk bv. aan 'n tekenles met waterverf, waarbij niet alle leerlingen even ver zijn).

Ik heb eens op 'n regenachtige avond tegen schouwburgtij d een tramkondukteur gezien, die op 'n kort trajekt mensen moest in- en uitlaten, kaartjes geven en geld wisselen. De man was de kluts heelemaal kwijt; hij kon 't niet nakomen. Toen dacht ik: Als die man nu ook nog verantwoordelik was voor 't gedrag van z'n klanten en als hij dan bovendien nog 't gevoel had, dat hij er last mee kon krijgen, wannéér hij die klanten eens op hun nummer zette, — dan zou dié man zo ongeveer kunnen begrijpen, hoe *n schoolmeester zich dikwels voelt.

1

Maar ik wilde 't nog even hebben over dat gevoel van tegenwerking.

Mijn ervaring is, dat er bij de leerlingen in 't algemeen (ik heb geen andere ervaring dan van kinderen, die we gewoonlik „volkskinderen" noemen) geen grote belangstelling is, als die zuiver veroorzaakt moet worden door de leerstof.

Ik bedoel dus dit: Als een klas met belangstelling bezig is, dan komt dit grotendeels door de stille dwang, de suggestie, van de man, die er voor staat. Grotendeels. Ik meen dit zó te hebben kunnen konstateren:

Als ik eens met opzet géén orde ging houden (ook niet met blik of gebaar) bij 't voorlezen van een erg mooi boek,

Sluiten