Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

me toch dikwels, dat er een week later enkelen zijn, die net doen, alsof ze er nooit van gehoord hebben en tamelik veel, die 't niet presiès meer weten. Ik noem dit voorbeeld, omdat de leerstof hier iets minder interessant is dan bij gewoon vertellen of voorlezen; er komt n beetje „leren" aan te pas.

En dan zijn er natuurlik leerdingetjes, waarvan de onderwijzer zelf wel voelt, dat ze voor 't gros van z'n klas niet interessant zijn, maar die hij er dan toch maar heeft in te stampen. Daar is bv. de spellingsmisère. Hoe vaak laten we 't de kinderen niet zeggen en nazeggen, dat van die d en t en n. Ze moeten 't toch leren! Doch ik kan me levendig begrijpen, dat de rest van de klas 't niet bijster interessant vindt, als ik voor de zoveelste keer weer één aan 't gochelen moet zetten met stam, tegenwoordige tijd en enkelvoud. Maar toch: ik heb 't te doen, ik moet de leerlingen, die afdwalen (of liever degenen, die hun verveling door hangen of fluisteren durven tonen), tot de orde roepen, anders worden ze ook nog remmen voor degenen, die 't niet langs zich laten heengaan.

Nu kan men dit „verklaren" bij 't taalonderwijs wel zo veel mogelik beperken, maar 'n enkele maal moeten toch de grofste fouten besproken worden, vooral uit meer zelfstandig werk als opstellen. En dan is 't al weer merkwaardig, hoe weinig de meesten zich daar van aantrekken. Nu maak ik alweer bij voorbaat geen ruzie met degeen, die zegt: „Nou, dat is ook wel te begrijpen; 'n flink^, levendige jongen geeft ook wat om die dooie ennetes van jóu; 't zal hem 'n zorg zijn, als ze presies verkeerd staan . — Ik zelf kan me dat ook wel voorstellen. Maar daar naast blijft dit waar: Een schoolmeester moet hier toch maar steeds tegen in roeien, deels, omdat z'n schoolmeestersinstinct hem dwingt, altans te probéren, de fouten uit te roeien, — deels, omdat hij weet, dat men hem hiervoor betaalt en hij dus 'n gevoel zou hebben, dat hij zijn plicht niet deed, als hij 't naliet. Maar zulk monnikenwerk, zulk hazen vangen met onwillige honden is een taak, die vaak aanleiding geeft tot kwaadworden, opspelen, straffen, het „pakt de zenuwen aan". En zwaar, maar rustig en ongestoord echt „werken" kan lichter zijn.

Sluiten