Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelstad van R." en als ze et op attent gemaakt wordt, dat hier een fout in schuilt, kan ze die met de beste wil niet zelf opsporen. (De mogelikheid, dat ze zich die dikwels aangewezen dikke rooie stip als 'n landstreek voorstelt, acht ik buitengesloten).

Dit soort fouten zou men wel milieufouten kunnen noemen. Er zijn kinderen uit andere huishoudingen, die zo'n fout niet kunnen maken, als ze nog maar 7 zijn. Maar onze leerlingen uit armoedige, kinderrijke gezinnen nemen 't met hun spreken en schrijven meestal niet zo nauw; hun opstellen b.v. zijn heel vaak stukken klinkklare onzin. Dit is volstrekt geen wonder, maar 't blijft niettemin een feit.

De ,.taalschat" van heel veel leerlingen is één hopeloos verwarde massa, waar de school weinig orde meer in kan brengen. De Hollandse schrijftaal is voor hen als 't ware een absoluut vreemde taal, weliswaar enigzins verwant aan hun eigen spreektaal, maar daardoor juist weer niet zó vreemd en zó interessant, dat ze er hun best voor willen doen.

Zodat ik maar wil zeggen, dat 't al mooi is, als er aan

't eind van de leertijd in 'n klas enkele leerlingen zijn,

die niet al te veel fouten schrijven en dat de eis, dat een

héle klas een bepaald stukje werk met weinig of geen fouten

kan maken, onredelik zou zijn.

*

Weer anderen schijnen met stomheid geslagen te zijn, zodra ze sijfers zien. Weer in de hoogste klas, — maar een ander dertienjarig meisje. Dit kind moet /?, deel uittekenen van een gegeven inhoud. (En dat is dan nog maar 't begin van 'n som, natuurlik). Het gaat niet. Ik teken een vat en verdeel met lijntjes de inhoud in drieën en vraag: „Als er nou in dat héle vat eens 300 L. kon, zeg dan eerst maar eens, hoeveel er in /s deel zou zitten". En nu zult ge waarschijnlik zeggen: „dat geloof ik niet" — en toch verzeker ik u, dat ze me ook op deze vraag geen antwoord kan geven.

Wat ik dan verder met zo'n kind beginnen moet, weet ik niet ; hier eindigt mijn pedagogiese wijsheid.

Sluiten