Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom ik dit meisje dan meegenomen heb naar die klas ? Och, ze was pas blijven zitten, ze leest goed, taal gaat zo'n beetje, ze werkt nog al netjes en ze doet op haar manier d'r best wel.

*

Dit zijn natuurlik maar weer enkele voorbeelden uit vele. Ik geef ze, om duidelik te maken, dat volgens mijn bevinding de graad van intelligentie der kinderen (voor zo ver die dan blijkt uit de leer-resulraten op school) sterk varieert en bij vele beneden-normaal blijft; — dat 't bijna niet mogelik is, bij elk vak in elk leerjaar een minimum-eis te stellen, waarvan verwacht zal mogen'worden, dat alle kinderen er aan zullen voldoen; — dat diegenen, die menen, dat 't werk van de onderwijzer een rustige, gestadige voortbouw is van gisteren naar vandaag en van heden naar morgen, een heel eind mis zijn; en eindelik, dat het steeds weer moeten inpompen van leerstof aan de zeer velen, die ze toch niet kunnen of willen verteren, op den duur de onderwijzer moet gaan ontmoedigen en verdrieten.

ZELFHANDHAVING VAN DE ONDERWIJZER TEGEN DE LEERLINGEN (EN DE OUDERS)

Dikwels wordt het werk van de onderwijzer een kunst genoemd. Er wordt dan gezegd: de onderwijzer moet in de eerste plaats artist zijn. Over de voorrang wil ik niet twisten, maar ik geloof, dat er in zijn werk veel meer elementen zijn te herkennen. Ik voor mij altans zie er altijd heel duidelik drie.

1 . Het element van de artist, dat eisen stelt aan de intuïtie van de onderwijzer, — dat voortdurend van hem eist, dat hij zal voelen, waar de moeilikheden voor de leerlingen verborgen liggen. Dit is bijna uitsluitend van belang bij het aanleren van iets nieuws, bij „verklaringen". Dit is het ook, waarop vooral gelet wordt bij de z.g.n. „proeflessen".

2 . Het element van — zo iets als de steeds zorgende tuinier. Dit stelt eisen aan de goede wil, het geduld van II

Sluiten