Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik dat enigzins aannemelik kan maken, ben ik al tevreden.

Laat ik dan beginnen met te verklaren, dat er, voor zo ver ik weet, bijna geen onderwijzer is, tenminste op onze volkscholen, die nooit een klap geeft. Ouders, die dit lezen, hoeven zich niet ongerust te maken, dat hun kinderen op onze scholen worden mishandeld; ik kan me b.v., wat mij zelf betreft, wel kinderen herinneren, die vijf jaar bij me in de klas zaten en zelfs geen tik hebben gehad. Maar er zijn andere, die er niet buiten schijnen te kunnen.

Het wordt nu niets dan een kansrekening. We hebben er alle dagen ± 40 voor ons. Stel, dat daar 20 bij zijn, die nooit zelfs maar 'n tik nodig hebben. Dan hebben we een „trefkans" van 20 per morgen en 20 per middag, dat maakt per week 200 en per jaar ongeveer 10.000. Die kans wordt nog vergroot door 't feit, dat we wel eens niet goed in orde of uit ons humeur of doodmoe zijn, — dat er verandering van weer op til is, — kortom door allerlei oorzaken.

De beste wil van de wereld helpt ons dan niet: er valt wel eens 'n klap en als we 'n enkele vlegel in de klas hebben, geven we die een pak slaag. Dit is de nuchtere praktijk, ondanks alle wetten en verordeningen. Dan komt er wel eens 'n vertoornde moeder op school en we weten, dat dit onaangename gevolgen voor ons kan hebben. En we nemen ons voor, voorzichtig te zijn. Maar we weten ook, dat, ondanks onze voorzichtigheid, het noodlot ons toch stellig wel weer eens te pakken zal krijgen.

Hier staat ieder aan bloot, die geregeld moet schoolmeesteren; het behoort tot de risiko van onze arbeid. Het is heel gemakkelik, mooi te praten over: nooit lichamelik straffen, maar 't is, menselikerwijs gesproken, onmogelik, dit in de praktijk vol te houden. Zet alle schoolopzieners en inspekteurs morgen de dag eens voor 'n middelklasse, laat mij eens 'n poosje rondwandelen en binnen 'n jaar lap ik ze d'r allemaal bij. Elk schoolhoofd, dat weer 'n klas krijgt, herkrijgt daarmee z'n „trefkansen", alleen worden ze iets verkleind door de invloed van zn positie op de leerlingen en, wat de onaangename 13

Sluiten