Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de ouders, dat de onderwijzer steeds 't gevoel met zich

ronddraagt, dat hij machteloos is, als het er op aan komt. *

Hoe onverstandige ouders t aanzien van de onderwijzer (zij 't onopzettelik) kunnen schaden, moge blijken uit 't volgende voorbeeld.

M'n leerling KI. had school - moeten blijven, omdat ie met 'n griffel z'n naam in 'n leesboekje had gekrast, 's Middags voor schooltijd kwam z'n moeder, 'n erg gemoedelike vrouw, die me verzekerde, dat hij 't niet gedaan had; hij had uit angst maar bekend en dan had hij toch eigenlik geen straf verdiend. Hierin kreeg ze natuurlik gelijk van me. (Later bleek, dat hij 't toch wél gedaan had). Maar, om op de zaak terug te komen: om haar zin voor rechtvaardigheid te bewijzen, deelde die moeder mij mee, dat ze ongeveer de volgende pedagogiese toespraak tot haar zoon had gehouden: „Hoor s, jongen, je moet nou de waarheid zeggen. Want je kan wel begrijpen, dat de meester, al zal hij zo'n boekje nou niet direkt aan de bovenmeester behoeven te betalen, toch 'n geweldig standje van de bovenmeester zal krijgen, als die 't merkt".

Daar was hij weer, de bovenmeester, de schitterende komeet, die mij zo maar effentjes van de vlakte scheen en tot kollega van m'n negenjarige leerling maakte. Ik stond zó paf, dat ik zelfs geen poging deed, om de pedagogiese inzichten van die vrouw te wijzigen.

*

Er zullen sommige pedagogen zijn, (maar héél weinige, die dageliks met 'n klas optrekken) die een geregelde gang van zaken in 'n school mogelik en wenselik achten, zonder dat de onderwijzer ooit lichamelik straft. Ik voor mij geloof niet, dat dit laatste mogelik is voor de gemiddelde mens. En 't is niet goed, bovenmenselike eisen te stellen.

.Het vermijden van lichamelike straffen gaat misschien nog in inrichtingen, waar de beweging der kinderen vrijer kan zijn, waar ze mogen spelen en praten; ik denk hier b.v. aan de Boddaert—tehuizen, waar, meen ik, geleefd wordt volgens de 2t

Sluiten