Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevorderd, dat enkele van m'n lezers zich al op de knieën slaan van 't lachen en zich afvragen, wat 'n gek zich toch al niet kan verbeelden. Ja, ik heb mezelf ook wel eens afgevraagd, of 't verbeelding was. Maar later heb ik mijn mening door meerdere gelijke waarnemingen (voor mij zelf altans) bevestigd gezien, 't Eigenaardige is,, dat ik niet willekeurig kan denken: Nu zal ik die man eens hierheen laten kijken, (wat ik toen óók wel eens heb geprobeerd) maar dat 't vrij vaak gebeurt, als ik onopzettelik de speech van de spreker loslaat en zo'n beetje aan 't dagdromen sla en de persoon van de spreker daar ook in betrek.

En nu kom ik tot de door me zelf aangenomen verklaring, hoe 't mogelik is, dat ik soms tamelik veel last kan hebben van een klas vrij behoorlike kinderen, waarin geen enkele „boef" zit en die ik overigens best aan kan.

Dit uit zich dan vooral bij leervakken, waarbij de hele klas mij strak aankijkt, terwijl i k niet baas ben over de te leveren emoties, doch de leerstof (bv. bij zingen en voorlezen). Kan ik, mondeling les gevende, bij 'n ander vak nog eens met m'n gevoelens en stemmingen heen en weer schieten, bij bv. zingen is dit niet het geval: het liedje bepaalt de emotiegraad van de klas (en bij *n mooi, goedgezongen lied soms ook van mij). M'n eigen gevoelens tracht ik dan te verbergen achter 'n strak gelaatsmasker, maar dan gebeurt 't juist vaak, dat ik onmogelik mijn aangezichtspieren kan beheersen en er trekkingen in voel komen, die ik er niet in hebben wil. 't Gevoel van onmacht doet m'n hulpeloosheid toenemen en de wetenschap (voor mij altans) dat de blikken van de klas invloed op me hebben, brengt me nog meer in verwarring.

Om m'n figuur te redden, doe ik, alsof ik nijdig word op een van de leerlingen, die absoluut geen aanleiding geeft tot zoveel boosheid, en erger me in 't vermoeden, dat de pientersten m'n armzalige komedie wel doorzien. Om de ongeluksituatie dan kompleet te maken, komt de obsessie me nog benauwen, dat 't slaan met zo n maatstokje me toch wel alleridiootst moet staan, — en als ik me zelf toevallig kan zien staan in de spiegelende glazen van de kast achter in 't lokaal, dan

Sluiten