Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft toch altijd lapwerk en we moeten maar verder tobben met ons zelf. De kans op 'n spontane verandering, 'n soort pedagogiese wedergeboorte dus, lijkt me dan ook niet groot. En als we dan, eerlik de rekening opmakende, tot de konklusie komen, dat we als schoolmeester evengoed als een ander bepaalde deugden bezitten, maar daarnaast intrinsieke fouten, die ons bestaan af en toe hachelik maken en die het zullen blijven bedreigen, al worden we ook zo oud als Methusalem, — dan slaat ons wel eens de schrik om het hart en we zuchten: Was ik er maar op 'n behoorlike manier uit.

Want t is niet aangenaam, te bedenken, dat je, — gegeven je aanleg, — tot het einde toe de kans houdt, om, na een leven van weinig beroepsvreugde, onvoldoende salariëring, absoluut geen (werkelike) waardering, en een door dit alles veroorzaakt (of altans bevorderd) ongelukkig zenuwleven, — per slot van rekening na 'n ongelukkige klap misschien nog op straat gezet of, ter verbetering, achter de tralies gestopt kunt worden.

Een van de kardinale moeilikheden, die mijn vak en mijn persoonlikheid samen hebben uit te vechten, blijft ook steeds deze.

Bij geschiedenis, enz., in 't algemeen bij „vertellende" lessen kan ik wel enige losheid in de klas gedogen. Een spontaan geplaatste opmerking van een leerling of van enige leevlingen of zelfs van de hele klas tegelijk hindert mij niet en ze schaadt m.i. ook die les niet; als ik goed op dreef ben, antwoordt bij mij de hele klas.

Nu kan er wel weer iemand komen, die b.v. beweert, dat 'n goed onderwijzer z'n leerlingen als 't ware steeds aan 'n touwtje moet hebben en ook in dergelike lessen n o o i t "t voor de beurt spreken, enz. moet toelaten. Maar dan moet ik al weer antwoorden: Dat geeft m ij niets. Mijn aanleg is anders. Ik kan natuurlik elke keer bewust beginnen met 'n echt schoolmeesterlike strakheid van doen. Maar na verloop van 'n kortere of langere tijd ben ik onbewust „menselik" geworden. En dat stukje mens in me uit zich dan natuurlik op zijn specifiekeigene manier. 37

Sluiten