Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thorwald. Dan kwamen we niet ver. Liefde moet ons den weg wijzen en haat ons den wil sterken om niet meer achterom te zien.

Elzebee. Haat? ....

Thorwald. Ja, haat aan alles wat onze ziel doet dwalen en de heilige eenheid verstoort.

Elzebee (gedachteloos herhalend). De heilige eenheid?! .... (moe glimlachend). Wat zeg je toch allemaal, poëet?! — (Thorwald ziet haar lang aan, buigt dan plotseling over haar hand en kust die. Elzebee-schrikt terug).

Thorwald (innig). Nee, trek uw hand niet weg; u wist het toch wel. — Ik heb u zoo lief.

Elzebee (ziet hem aan, zegt dan langzaam). Arme Thorwald.

Thorwald. Ik ben niet arm. U kwam, en begreep al wat je anders bang voor de menschen verbergt. Ik ben rijk. O kom met me mee!

Elzebee (na een stilte, bijna treurig). Ik kan niet.

Thorwald. Wat weerhoudt U? Niets is zoo zwaar dat ik het niet omhoog draag! Elzebee. Toch .... Thorwald. Wat dan? .... Elzebee (zacht). Ik heb je niet lief.

Sluiten