Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft me zoo wreed in den steek gelaten.

Elezebee (onverschillig, den mg naar hem toe, druk roerend). Ik?

Ragusa. Had u gisteren niet beloofd me te helpen?

Elzebee (a.v.). Herinner ik me nietmeer.

Ragusa. Comé; wat'n memorie! (lachten gooit Van Hove een „knipoogje toe; steekt een cigaret op).

Van Hove. Ik moet toch nog even dat uitzicht zien. Gaat U mee, missus O. ?

Elzebee (de lepel omhoog). Huishoudpljchten!

Van Hove. U dan, Ragusa?

Ragusa. Caro Signore, ik ben een gebroken man.

( Van Hove gaat naar buiten, spreekt met den Gids, die hem den Weg Wijst. Dan tracht hij door gebaren Elzebee binnen aan het verstand te brengen, dat ze niet alleen met Ragusa moet achterbleven. Elzebee lacht, houdt hem voor de gek, ongezien door Ragusa. Dan stelt ze hem dóór gebaren gerust: ze zal voorzichtig zijn. Van Hove geeft het lachend op, verdwijnt met den Gids.)

Sluiten