Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan (glimlachend). Ja, die zei heel eerlijk: „Waarom bent u niet natuurlijk tegen me"; —Btoen was t ineens uit. Wat kan een mensch uit kleinzieligheid toch dwaze dingen doen. Nee hoor, je zult nog veel geduld met me moeten hebben.

Elzebee. En jij met mij.

Jan (beschermend). Maar dat heb ik ook wel, kindje. — Kom, zullen we gaan? Hier (helpt haar in haar trui en knoopt die zorgvuldig dicht).

Elzebee (zacht). Johnny! . . . .

Jan. Klein Elsje! .... (kust haar).

Elzebee (fluisterend). Vergeef je me alles?

Jan. Ja, omdat ik je weer heb.

Elzebee. Ik was nooit weg.

Jan. Dat denk je maar.

Elzebee. Ik heb zoo'n spijt.

Jan (innig). Ja, dat is mijn Elzebee; Onbezonnenheid en spijt; spijt en onbezonnenheid.

Elzebee. Dit was de laatste. Jan. Dus voortaan altijd verstandig ?! Als dat maar niet vervelend wordt! JtiiSffl Elzebee. Spot maar!

Sluiten