Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herinneringen aan gidslooze tochten in de Mont Blanc-groep.

(Zomer 1910).

Und wer Berge je betreten, Nimmt ins Tal'die Sehnsucht mit.

G. Pawikovski.

Als uit loodgrauwen hemel de regen drenst en drabbige plassen staan op het kiezel van het tuinpad, als de eene sombere dag na den anderen emotieloos verglijdt, dan kan, met een onweerstaanbare heftigheid soms, het verlangen opwellen naar de bergen en met het verlangen komen de herinneringen. Dan maken zich de gedachten los van alle actualiteit; kunnen in de kleine, afgesloten ruimte van de werkkamer de meest grootsche Alpenbeelden opdoemen, die we even vasthouden, ze dan weer laten wegwazen in het halfduister, opdat ze weer plaats kunnen maken voor een ander tafereel uit lang vervlogen dagen soms. Dan kan het knappend houtvuurtje zich zoo wonderlijk vervormen tot een snorrend kacheltje, waaromheen zich de intimiteit van de berghut opbouwt; dan blaast de wind buiten niet meer over de vlakke, dor-wintersche weilanden en door kale, wiskunstig zuiver op-een-rijtje-geplaatste boomen van ons natte land, maar dan is het of we hem hooren zuchten om de rotsen, langs de wanden van de hut, versterven over de wijde sneeuwvelden; dan hooren we in het watergebroddel van de meest prozaïsche goot, het verre gezang van de gletscherbeek.

In overstelpende massa bestormen ons dan de herinneringen, zweven onze gedachten over het vechtende Europa naar de witte bergen, die er als gelouterd boven uitstijgen. En zooals wij in een droom in enkele minuten een gansche geschiedenis kunnen doorleven, zoo doorkruisen wij in onze herinnering bij

Sluiten