Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geleerden zouden 't noemen 't onderbewustzijn, ik noemde het 't berg-instinct, maar hoe 't ook zij, in een van de laatste armzalige huisjes van 't dal kocht Lugard een stuk brood en een halve liter wijn. Het was of hij tegenspoed voorvoelde.

„Zeg, moeten we hier niet ergens rechts af naar den Grand Col?"

Aarzelend bleven we staan. Het pad dwarrelde in kleine paadjes uiteen door de alpenweiden. Een eenzamen Senn vroegen we naar den weg. Uit zijn gebrabbel maakten we op, dat de wegsplitsing reeds achter ons lag. Hij wees ons in de verte een pad, dat in de sneeuw verdween. Dat was blijkbaar de weg naar den Grand Col en we meenden te begrijpen, dat wij op weg waren naar een anderen Col, den Petit Col, waarvan het bestaan ons onbekend was, doch waarover men blijkbaar óók Ferret kon bereiken.

We liepen dus zorgeloos door, kwamen we er niet over den Grand Col, dan kwamen we er immers wel over den Petit Col! Het paadje teekende zich duidelijk af en voor ons liepen twee Sennen, die we wel zouden inhalen. Maar weer poederde een sneeuwbuitje op ons neer en toen het kort daarna weer opklaarde. ... waren op geheimzinnige wijze de Sennen verdwenen. Er waren geen hutten te bekennen, we staarden overal in 't rond, jauchzten.... maar de Sennen hebben we niet meer teruggezien!

In korte slingeringen zigzagde ons paadje omhoog. Het dal, nu ver onder ons, versomberde .onder het grijs-grauw van 't wolkendak, dat zich scheen vast te wiggen tusschen de berghellingen, want steeds nog zakten de nevels. De pashoogte was onzichtbaar.

Zwijgend klommen we verder, Lugard „langzaam" vooruit, ik volgend in „flinke vaart"! Kille nevels slierden als zwevende donslichte sluiers om ons heen. Ze omsponnen ons meer en meer, tot ik niets meer zag dan de wazige figuur van mijn tochtgenoot vóór me. En altijd nog maar zigzagde ons paadje omhoog over de kale helling, een onbekende wereld te gemoet ... .Hoe hoog zou die Col wel zijn? We wisten het niet. Toen op eens een dik sneeuwveld, dat veel op firn geleek, waarin het pad zich verloor. We bleven verbaasd staan, want

Sluiten