Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ik bèn er alleen overheen gegaan, zooals ik in mijn eigenwijsheid heb gewrM. Nauwelijks had ik de sneeuwgrens bereikt, of nevels wasemden op: links, rechts, voor me, achter me.... Ik voelde me verzinken in dikken, dikken mist. Een fijne sneeuwjacht wolkte om me heen. En wéér was alles als twee jaren geleden. Alleen, ik miste mijn trouwen reismakker; ik zag niet voor me zijn fladderenden lodenmantel, dien ik star in 't oog kon houden.

Wat heb ik dien middag geloopen! Gerend heb ik, gezwoegd door de rulle sneeuw in enerveerende haast! En wat voelde ik me trillend opluchten, toen ik daar plotseling al dalende uit de wolkengrauwheid te voorschijn kwam en diep beneden het Italiaansche Val Ferret lokkend voor me lag....

Nooit, nooit weer ga ik over dien ellendigen Petit Col, zoo beloofde ik mezelf plechtig. Die belofte zal ik houden.. . .tot ik den Col misschien weer eens voor me zie, lokkend in de stralen van een warme zomerzon, zooals ik hem zag op dien heerlijken Augustusdag van het jaar 1909.

Onder de arcade yan Hötel Mont-Blanc te Courmayeur vond ik mijn vrienden Geo en Max Finch. Hartelijk was de ontmoeting en 's avonds onder een glas Giantie bespraken we, gebogen over de Barbey-Imfeld-Kurz-kaart, de groote plannen voor de komende dagen. De jongste broeder Max moest helaas naar Zürich terugkeeren. Het was dubbel jammer, daar we gidsloos zouden klimmen. En een veilig plaatsje in het midden van het touw tusschen twee voortreffelijke alpinisten lokte mij meer aan dan de meer verantwoordelijke en heel wat moeilijker plaats aan 't uiteinde!

Geen nood," zei Geo, „ik zal je wel trainen. Tochten maken met z'n tweeën heeft ook zijn voordeden."

Sluiten