Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hier klauteren we schuins naar boven; we snijden dan een heel stuk af," zei Finch. Doch zoodra we afweken van de tot nu toe gevolgde richting, had je het: zoowel van boven als van beneden klonken de waarschuwende stemmen: „U gaat totaal verkeerd!"

Finch keek zelfs niet om. Hijgende en met groote inspanning volgde ik aan het touw. Maar nauwelijks zagen de beide gidsen vóór ons, dat het ons ernst was, of hun toerist werd meedoogenloos omhooggesjord en tot ongemotiveerden spoed aangemaand. Maar Finch wist nu niet meer van opgeven en binnen korten tijd, juist daar waar het eerste steile sneeuwveld begon, stonden we vlak achter de voorste partij.

De gidsen staken het smalle veldje zóó over in schuine richting, dat het door hun touw was afgesloten. Hun toerist was buiten adem. Finch vroeg te mogen passeeren. Zonder resultaat echter. Plotseling versnelt hij het tempo, licht kalm het touw op tusschen toerist en achtersten gids en tot hun niet geringe verbazing vervolgen we onzen weg vóór hen. 't Was of hij opleefde, want nu kon hij zélf zijn treden hakken in ijs of firn; zélf zijn weg zoeken.

De Moine-bestijging is vól afwisseling, al was de berg thans in een bizonder slechten toestand. De rotsen en ook de kleine gletscher lagen dik onder de sneeuw en slechts met inachtneming van groote voorzichtigheid konden we voortklimmen. Over den geheelen weg moesten we vrachten sneeuw met de handen wegruimen. Bijna boven, maakten wij nog een kleine variant op de gewone route door in den Zuidwand uit te wijken, om van daar, door middel van een zeer steile, doch korte klauterpartij den top te bereiken.

Het uitzicht van den Moine is geen vergezicht, zooals van Jungfrau, Mont-Blanc en andere hooge toppen, want aan alle zijden verheffen zich bergen, die aanzienlijk veel hooger zijn, maar juist daardoor kan men genieten van een hooggebergtepanorama, dat mede tot de fraaiste der Alpen behoort. Het is waarlijk niet alleen de voorname, schitterende schoonheid van den Mont-Blanc, die het oog boeit, want de rauwe wanden van Dru's, Verte, Courtes, Droites, Jorasses toonen zich in zulke overweldigende afmetingen, dat men naar alle zijden in sprake-

Sluiten