Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glijdende wolken donsden tegen het luchtblauw, bleven even vastgehaakt aan de toppen van de Jorasses, waar ze uiteenrafelden, verkronkelden en dan weer luchtigjes verder zweefden, verbaasd over dien plotselingen rustverstoorder op haar weg door de ruimte.

Je trachtte te lezen in een van de meegenomen boeken, maar je keek over je boek heen, zooals de reiziger dat doet op een zeereis, altijd maar turende over het water, dat eentonig is en tóch boeit, omdat men nooit kan omvatten de gansche grootheid van zee en lucht, zoomin als men kan omvatten de aangrijpende schoonheid van deze bergen en de mystieke, overweldigende macht van de natuur, die eens deze bergen heeft geheven uit de zee tot duizelingwekkende hoogte, om nu weer af te breken het zoo wonderlijk geschapen bouwwerk, stukje voor stukje, dag en nacht. Want altijd door donderen de lawines, kletteren de steenen omlaag, altijd door ruischt het water en spoelt den bergafval met zich mee. . .. stukje voor stukje, dag en nacht....

De uren vergleden. Je trachtte te lezen, maar keek naar de bergen. Hooger en hooger kropen de schaduwen en het scheen of ze het licht gingen samenstuwen in de hoogste toppen, die begonnen te gloren in een eigen glans van louter goud en purper. Al dieper zonk de bergwereld weg in het schaduwgrauw, waarin de eene gloeiende top na den anderen werd gebluschttot eindelijk ook het uiterste puntje van den Mont-Blanc verdoofde....

Dan hadden de bergen mèt het licht ook verloren hun leven, waarmede ze den ganschen dag bezield schenen. Mat-wit lagen de uitgestrekte sneeuw- en ijsvelden tusschen de grauwe doode rotswanden, waar het duister zich ophoopte in kloven en spleten. Even nog.... als een uiterste poging tot leven, spreidde zich weer een rosse schijn over den Mont-Blanc. Maar, als ook die onmerkbaar was vergloord, dan zonk er een onuitsprekelijke weemoed over het hooggebergte. Als een laatste stervensadem van den dag blies een kille wind over den gletscher beneden ons; nevels stegen omhoog, waasden als geheimzinnige sluiers langs de rotswanden, die dreigende om ons oprezen; hooger schenen te worden. En achter de nevels zuchtte en kreunde het... . Somber floot de wind om de hut en een ijskoude luchtgolf doorhuiverde ons.... Op zoo'n oogenblik kon het adem-

Sluiten