Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als op de dakvorst van de aarde, eenzaam en vrij, was het torentje geworden tot een bouwwerk van graniet, dat zich als een sierlijk monument voor ons verhief. Zijn wanden waren steil en glad en niet dan na uiterste inspanning gelukte het ons het hoogste punt te bereiken. *) Het bleek te klein om ons beiden een plaatsje te bieden. Geen enkel spoor van vroegere bezoekers was te ontdekken. De „onbekende" bevond zich trouwens op een gedeelte van de graat waarlangs geen der groote toppen bestegen wordt. Wij stonden dus waarschijnlijk op onbetreden grond en we voelden een groote vreugde, als hadden we een beroemden top bestegen.

En om van onze overwinning te genieten, strekten we ons uit, aan den voet van den toren, op de verwarmde rotsen van de graat. In wijden boog om ons heen lagen de groote bergen, en een zee van licht stortte zich uit over hun rein-witte flanken.

't Scheen of ze met ons medejubelden Alleen de Dru's

zagen in overmoedigen trots op ons neer.

Toen wij 's middags na onzen terugkeer de provisie-kamer eens inspecteerden toonde deze bedenkelijke hiaten. Toch hadden we geen van beiden lust weer neer te dompelen in het dal. Toen bleef maar één mogelijkheid over, n.1. om naar den Col du Géant te trekken. In de als berghotelletje ingerichte Torinohut (3323 M.) konden we dan nog een weekje verblijf houden.

Den 2oen Augustus was het weer slecht. In den loop van den avond echter klaarde het op en daarom bepaalden we ons vertrek op den volgenden morgen.

We gevoelden ons zoo getraind, dat we de bestijging van den Dent du Géant op ons programma voor den zien inlaschten.

Om 12 uur 's nachts ratelde het wekkertje. Om 1 uur stapten wij uit de Couvercle-hut naar buiten en toen de deur zich achter ons sloot, en ik nog éénmaal rondstaarde naar al die, door maanlicht overglansde, bekende bergen, besefte ik, dat ze bij mij wat méér zouden nalaten dan een zich snel vervagende herinnering....

1) ± 3400 M.

Sluiten