Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het liefst was ik eerst wat gaan zitten, om het bevrijdende daglicht af te wachten....

„Don't sleep! Visser!" hoorde ik de overredende stem van Finch. Hij had het touw al dubbel genomen en bond het andere uiteinde om mijn lijf.

Ik herinnerde me hoe hij me eens had verteld, dat hij een ernstig bergongeluk had zien gebeuren op den Wetterhorn en toen een ouden dokter-alpinist hem gezegd had:

„Beklim nu morgen wéér den Wetterhorn, anders.... komt u misschien nooit meer in de bergen."

Over teruggaan werd dan ook met geen woord gesproken. Wij maakten den grooten omweg, dien we juist hadden willen vermijden en we slingerden door het ijs-labyrint omhoog.

Langzaam begon het te dagen en toen de eerste zonnestralen over de bergen schoten, schenen alle sombere gedachten weg te zinken gelijk met het duister van den nacht. De zwarte bergschaduwen maakten zich los van elkaar, vervormden zich tot ontelbare zelfstandige toppen vol kleur en teekening. Maar ook in ons denken kwam weer leven en perspectief. Nieuwe verlangens werden geboren en toen we het vlakkere gletschergedeelte boven de Séracs hadden bereikt en Finch eenige foto's ging nemen, bond ik me los en wandelde vast vooruit naar den Col.

Daar week ik af van de tracé, die voerde naar de hut en

liep in de richting van den geweldigen Dent du Géant, die

me niet meer dreigend afstootte, maar die me, als vanouds, door zijn onweerstaanbare bekoring wist te boeien en tot zich trok!

Het was een heerlijke eenzame, rustgevende tocht over het groote firnplateau. Toen klom ik over vrij gemakkelijke rotsen töt aan het bovenste sneeuwveld je aan den voet van den Aiguille. Daar wachtte ik op Finch, genietend van het wondermooie uitzicht op den Mont-Blanc en de Alpen van Italië. (10 uur v.m.)

Sluiten