Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We zeiden elkaar niet wat er in ons omging, maar ik wist, dat we allen aan 't weer dachten, want gunstig was het niet. Onweersversehijnselen vertoonden zich gelukkig niet, maar

onmiskenbaar zweefden kleine sneeuwvlokjes om ons heen

Aan teruggaan echter dacht niemand, dat kon altijd nog gebeuren als we stonden in den kleinen „Col", aan den voet van den graniet-teren.

Onze rugzakken deponeerden we onder de rotsen en alleen een veldflesch namen we mede. Ter opwekking echter meende ik iets te moeten verklappen van een verrassing, die ik mijn tochtgenooten voor de terugkomst hier had bereid.

„Zeker een sleuteüoos busje gecondenseerde melk," vischte Finch.

„Neen," zei ik triomfantelijk, ,,'t is wèl een bus, maar de inhoud i$ van heel wat nobeler aard en wat den sleutel betreft, eken heb ik op zak!"

Ieder voor zich dacht waarschijnlijk aan sappige, geurige

perziken We bleven ook thans gesplitst in twee partijen en

daar Knubel den berg van vroeger kende, nam hij met Lugard de leiding.

Langs smalle banden volgden we nu de yrij horizontale Zuid-graat en wij bereikten spoedig den kleinen „Col", waarboven zich dreigend en geweldig de Requin-rots verheft. Het schijnt of een onmetelijke reus met titanen-geweld het granietgevaarte in tweeën beeft willen klieven, want vanaf den top tot een plek op eenige meters van ons verwijderd, liep er een volmaakt loodrechte, luguber donkere spleet door den Requin.

Uit de geschiedenis van den berg wist ik, dat wij vanaf den top door dit couloir zouden afdalen, terwijl de bestijging geschiedt langs een geheel andere route, die zich kurketrekkervormig om den toren heenslingert. Ik vermoedde toen neg niet, dat later iemand het stoute stukje zou begaan om door deze afschrikwekkende kloof naar boven te klimmen en evenmin, dat de tegenwoordige Secretaris van onze Alpen-Vereeniging, de heer Kemper met zijn gidsen, eenigen tijd na dien dit kloeke voorbeeld zouden volgen. Een kranige prestatie, die alleszins de vermelding waard is.

Het is voor mij ten eenenmale een raadsel, hoe Mummery en

Sluiten