Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden bereikt, overglansde op dat oogenblik alles en stemde ons vol vreugde, niettegenstaande het weer reden tot bezorgdheid gaf.

Het laatste halfuur was er verandering ten kwade ingetreden en nauwelijks stonden wij op den top, of er dwarrelden sneeuwvlokken om ons heen. En altijd maar meer maakten er zich los uit het wolken-grauw en verdwenen in de peillooze diepten, waarin ook de wanden van den Requin schenen weg te zinken.

Om ii uur waren we alweer op weg naar beneden, want we begonnen ons nu toch onbehaaglijk te gevoelen in de eenzaamheid van de sneeuwwolken. Maar ook een kwellende dorst joeg ons omlaag. Tot den laatsten druppel was de koude thee in onze uitgedroogde kelen verdwenen en beneden op den „schouder" wisten we het geurige, opwekkende perzikensap....

We klommen een paar meter omlaag in den Z.-W.-wand en spoedig stonden we op een groot rotsblok, dat lag vastgeklemd tusschen de beide rotsmuren, waardoor de beruchte Requin-schoorsteen wordt gevormd. De donkere scheur lag recht onder ons. Ik wist, dat ze zich 40 M. diep uitstrekte, maar 't scheen me nu toe, of ze wegzonk in het bodemlooze en in dat bodemlooze moesten we ons laten zakken aan het reserve-touw, dat we hadden bevestigd aan een stalen pen met ring, door vroegere partijen hier boven in de rotsen gedreven.

Als eerste gleed Lugard omlaag, die als een geest vervluchtigde in de grauw-grijze sneeuwdwarreling.

Hij moest afdalen, tot hij kwam te staan op een tweede rotsblok, dat halverwegen den schoorsteen eveneens zich vastgekneld had tusschen de elkander meer en meer naderende wanden.

„Sind Sie unten, Herr Lugard?" riep Knubel. „Ja," klonk het uit het onzichtbare. „Stehen Sie gut fest?"

„Ich h a n g e gut," kwam er ten antwoord.

„Also Sie, Herr Visser." Ik sloeg het touw met de z.g. „Kletterschlusz" om de beenen en gleed snel omlaag in de mystiek-duistere geul. 't Was slechts 20 meter, 't Lijkt zoo

Sluiten