Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van uit Italië op den Mont-Blanc

(4810 M.) (1—3 September 1913).

„La montagne est une grande dame qui impose, et parfois brutalement, les egards nécessaires k ceux qui la fréquentent."

Henri Ferrand.

Mijn eerste verlangen, om den Mont-Blanc te bestijgen, werd geboren in de eetzaal van een hotel te Chamonix, waar ik, gekleed in bergpak, plotseling alle belangstelling verloor van een „bekoorlijke verschijning" aan de table d'höte, toen deze vernam, dat ik nog nooit op den hoogsten Alpentop had gestaan. Het scheen mij toe, alsof ik niet voor „vol" werd aangezien en datzelfde ij delheid-prikkelende gevoel welde telkens bij mij op, als ik moest vaststellen, dat er voor den niet-klimmenden Hollander slechts één bravourstuk op alpinistisch gebied bestaat en wel de bestijging van den Mont-Blanc....

Trouwens, hoe kan 't ook anders! 't Is de hoogste berg van Centraal Europa; in Chamonix draait alles om den Mont-Blanc en zijn beklimmers; De Saussure heeft hem reeds een eeuw geleden beroemd gemaakt; de tallooze ongelukken hebben hem een reputatie van „gevaarlijkheid" gegéven; Mademoiselle d'Angeville heeft, als eerste vrouwelijke bestijgster, 14 kussen van evenveel enthusiaste gidsen in ontvangst moeten nemen; Janssen heeft een observatorium op den top gebouwd, wat de belangstelling van de gansche wereld tot zich trok, terwijl het geheele gebouwtje in 1909 weer in de sneeuw verdween en omlaaggleed, wat de verflauwde belangstelling weer deed herleven; Vallot's bestijging werd avond aan avond in den Bioscoop afgefilmd en alle verrekijkers van Chamonix zijn gericht op de sneeuwvelden van den witten berg, zoodra er toeristen op te zien zijn, terwijl groote reclameborden dit schijnbaar wondere feit vermelden, want iedere bewoner van dit bergdorp, 't zij

Sluiten