Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sneeuwstormen en toen de kruipende uren van vervelingdienden te verdrijven. Met de blaadjes van een zakboekje hadden ze een kaartspel gemaakt. We vonden er het grootste gedeelte van terug in de tafellade.... Zouden wij dat spel wellicht ook nog moeten gebruiken?

Knubel stelde voor in ieder geval den volgenden morgen den drager terug te sturen. Hij scheen van dezen Fransch sprekenden reisgenoot genoeg te hebben, maar wat mij betreft, gevoelde ik wel lust hem ook verder mede te nemen. Knubel en ik hadden een 70 pond te dragen en ik vreesde, dat 30 a 35 pond drukking op mijn rug juist voldoende zouden zijn, om mijn pleizier in den tocht bedenkelijk te doen verminderen en zelfs in gunstige omstandigheden zouden we 15 uren voor den boeg hebben. Toen de man van mijn voornemen hoorde, was hij zóó verheugd en verklaarde zich bereid zóóveel te dragen voor een betrekkelijk klein bedrag, dat ik hem engageerde. Knubel legde er zich bij neer, al vreesde hij, dat des dragers alpinistische vaardigheid ons meer last dan genoegen zou bezorgen.

Om tenminste iets tot den zwijgenden man te zeggen, informeerde ik naar zijn beroep:

„Schoolmeester," zei hij.

Algemeene verbazing. „Ach was," zei Knubel en zuchtte een heele toonladder af. Toen moest meester met zijn kennis voor den dag komen en de arme man werd aan een examen in optima forma onderworpen. Druppelsgewijs vernamen we, dat hij de" Courmayeursche jeugd leerde lezen en schrijven.

„En wat nog meer?"

„Aardrijkskunde, Monsieur."

Maar het bleek alras, dat er op geografisch gebied heel wat meer was, dat meester niet wist, dan wat hij wel wist.

„Holland?" Ik ben er nog niet recht achter, of hij er wel eens, of nooit van gehoord had. Ja, Rome, Napels en Courmayeur, dat ging goed. Ook de Döme-hut zou hij alleen wel weten te vinden. Maar de rest van den aardbol. . . . ?

's Nachts 2 uur. Heldere, huiverig-kille nacht.

Sluiten