Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

le Boer.

Wij zijn al aan zijn deur geweest Doch vonden slot en grendel dicht.

Allen.

Ach heeft er niemand dan misschien In heel Abtswoude Poot gezien ?

v. d. Dussen. Gij boeren, buitenliên, hoort toe! Het is een vraag met eere. Wij zijn bet lange wachten moe En moeten straks weer keeren. Gij, speelman, neem dien gulden hier; Hij zit nog in zijn randen. Gij waard, zorg voor een vat met bier Het grootste van den lande. Laat dan de speelman 'teerste gaan Om vroolijk op te strijken, En laten wij dan, achteraan Naar alle kanten kijken, Om allen samen, klein en groot, In huizen en in hoeken, Den grooten dichter Huibert Poot, Om Huibert Poot te zoeken.

Meisjes.

Schoon lief laat ons spanceeren gaan Om Huibert Poot te zoeken,

le Boer. Vooruit dan ! Allen in 't gelid ! Totdat hij is gevonden Hoe meer de vent verscholen zit, Te meer zal 't bier mij monden.

Speelman.

De koekoek riep in de blauwe lucht. Hij maakte zoo wonder teer gerucht, Het was vol zoet verblijen.

Allen.

Schoon lief, laat ons spanceeren gaan Al in den koelen Meie. [Allen gaan in optocht zingende af).

Sluiten