Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zevencotius. Apollo op den Helicon

In statie neergezeten, Bestuurder van de groote zon

En koning der poëten Heeft hun die in gepeizen gaan Het volgende gebod gedaan :

Wie onderworpen is aan mij

En mijne heerschappije, Gebeten door de razernij

Der zoete rymlarije Zal nooit iets méér begeeren dan Te zingen wat hij zingen kan.

Elk woord dat ik hem fluister zal Hij d'aarde luid verkonden,

Als ware 't honderd tongen schal Als had hij honderd monden.

Als ware wat in 'thart hem leeft

Wat licht aan zon en hemel geeft.

Hij zal zoo mild zijn als de lent Zoo vrij zijn als de winden,

Hij zal door mij aan 't firmament Geen ster te verre vinden,

En steeds zich heffen boven 'tleed

Lijk ik uit mist en wolken deed.

Hij zal beluistren ieder ding

En alle vreugd en klagen En naast zijn volks herinnering

Ook al zijn hope dragen En onbekommerd om den schijn Verworpne of gezalfde zijn.

Wat toeft gij hier dan in Abtswou In schaamle zorg te leven?

Een grooter, rijker wereld zou U breeder vleugels geven.

Waar Vondel tot zijn glorie kwam

Was niet een dorp, maar te Amsterdam.

Sluiten